Uitgelicht

Welkom op ons blog, enjoy the ride!

Of je nu puur geïnteresseerd bent in ons, de reis of de fiets, leuk dat je de tijd neemt om onze website te bekijken. We hopen jullie met onze verhalen het idee te geven dat je achter op onze fiets bent gestapt om een stukje mee te liften! Enjoy the ride!

Advertenties

29 & 30 Oktober: We’ve made it!

Het is zo’n gek idee dat iets waar we inmiddels al drie maanden mee bezig zijn, gaat ophouden! De laatste meters langs de kust waren redelijk makkelijk en we mochten enorm van geluk spreken wat ons materiaal betreft. Geen lekke bandjes en maar 1 gebroken spaak. Althans, op de een na laatste dag is het ons toch gelukt om een lek bandje te rijden, en met ons bedoel ik mezelf, whoops.

De wegen na Santa Barbara leidden ons in eerste instantie weer door een stuk binnen land, maar de laatste 30 kwamen we aan in de Santa Monica Mountains. De kust was ongeveer net zo cool als de naam van dit reservaat. Links van je prachtige zandkleurige, golvende heuvels en rechts de diepblauwe zee.

En whoops opeens voelde ik dat het fietsen wat zwaarder werd, maar we gingen bergopwaarts en het was het einde van de dag, dus in eerste instantie niks nieuws. Totdat Freek mij er even op wees dat mijn bandje helemaal plat was… langs de weg dus maar even om de 500 meter even oppompen, want de camping was gelukkig dichtbij. 

Met een bobbel in mijn band de laatste dag naar Los Angelos gefietst, een nette 60 kilometer. De wegen werden steeds drukker en drukker de stad in, het was echt meer dan normaal opletten op de fiets. Onderweg zijn we nog langs de huizen van Pamela Anderson & Leonardo DiCaprio gepasseerd, wat een joekels, net als ongeveer alle andere huizen in Malibu. (Alleen al typende realiseer ik mij dat de helft van deze huizen inmiddels plat is gebrand en deze mooie kust nog steeds gesteisterd wordt door die oh zo vreselijke bosbranden…..)

Voor Santa Monica nog bijna in een ongeluk veroorzaakt, waarbij een onoplettende meneer gewoon zonder pardon zijn autodeur open deed, gelukkig konden Freek en ik nog net wijken en hadden we een oplettende rijder achter ons. 

Eenmaal bij de pier was er een fietspad die over het strand ging! De bikini en zwembroek gingen nog net niet aan! Toen we eenmaal lekker gingen zitten, zagen we twee bekende gezichten langs fietsen! Cody & Emily! Die hadden we sinds San Fransisco niet meer gezien, en zo konden we nog even lekker bijkletsen!

Het is gek, maar wat een gave maanden waren het op de fiets. Van Jasper, Canada naar Los Angelos, Amerika. Ongeveer 5000 km (onze kilometer teller heeft het begeven). We hebben vijf staten gepasseerd en hebben zoveel lieve, leuke en sportieve mensen ontmoet. Zo veel gastvrijheid mogen ontvangen, waar we zo ontzettend dankbaar voor zijn en het heeft onze reis nog mooier gemaakt dan dat we van te voren hadden gedacht. 

Op naar het volgende hoofdstuk van dit boek: de roadtrip! 

Heel veel excuses voor deze bizar late post!

27 & 28 Oktober: Santa Barbara 

Vanaf ons motelletje was het 90 kilometer naar het strandoord Santa Barbara. De eerste kilometers gingen vooral valsplat omhoog en het werd ons opeens duidelijk dat dit de laatste heuvels/kleine klimmetjes zijn, die we gaan meemaken voor een tijdje, want de laatste 150 kilometer kust voor Los Angelos heeft vrij weinig elevatieprofiel. 

Na 40 kilometer kwamen we weer bij de grote oceaan, wat weer zorgde voor een heerlijk windje in de rug, dus vlogen we richting de stad. Iets voor de stad kon je de eerste palmbomen al zien staan. Het plaatsje zelf was bebouwd met veel witte huizen met rode dakpannen. Je begaf je een beetje in Spaanse sfeeren, een super gezellige uitstraling.

Goede vrienden van ons, gingen een lang weekend naar Las Vegas. Leek dichtbij, maar tegelijkertijd ook verweg. Totdat Freek gisteren opeens een appje kreeg met de vraag waar we ons bevonden. Geen moment hadden we ook maar gedacht dat we deze gekke Langedijkers zouden gaan zien, maar ja hoor! Een appje terug: We moeten wel even een hotelletje boeken, maar we zien jullie daar!

Zo gezegd zo gedaan, nadat we onze spulletjes hadden gebracht bij onze Warmshowers host Karl en ons even hadden opgefrist, gingen we op de fiets, zonder bepakking hun kant op. Et Viola, je kon ze van grote afstand al spotten: Ruben en de gebroeders Schoon. Ik was even vergeten, dat Langedijkers toch echt wel een accentje hebben, thanks for the reminder! Heel gek om elkaar zo te ontmoeten op een ander continent, het voelde zo toch een beetje alsof we gewoon in de Roode Leeuw een biertje aan het doen waren.

Gelukkig ging dat gevoel snel weg toen we de kroeg in gingen, iedereen was verkleed, het was immers het weekend van Halloween. Van pittige katjes & zeemeerminnen tot Dracula, de meeste hadden hard hun best gedaan op het kostuum. Overigens was mijn outfit toch ergens ook wel goed gelukt. Ik ging mooi als ‘one of the guys’. Met een biertje in de hand stonden we naar al dat pracht en praal te kijken. Naja pracht en praal kon je het niet altijd noemen, want sommige zeemeerminntjes waren iets te vaak naar de Mac Donalds gegaan en leken dan toch iets meer op zeehondjes. En met wat dansjes en biertjes gingen we nog een tijdje verder…. Maar wat was het gezellig en zo spontaan! Top avond! Bedankt mannen!

De volgende dag werden Freek en ik toch wel wakker met een kleine onaangename hoofdpijn (lees gerust kater). Maar goed dat we een rustdag hadden gepland. En wat werkt het beestje tegen een katertje? Een lekker ontbijtje. Niemand minder dan onze lieve Warmshower host … Had voor ons een eitje gebakken. Daarbij kregen we bij het ontbijt ook nog eens tips voor het mooiste strand in de omgeving. Dus daar gingen we lekker op ons fietsje naartoe om een middagje te genieten van het zonnetje!

24 t/m 26 Oktober: Verfrissend 

Het bed in Morro Bay lag wel erg comfortabel en dus besloten we lekker een rustdagje in dit dorpje te nemen, een beetje uitslapen, eten, een dutje doen, even ronddwarrelen op het strand, eten en dan weer naar bed. Hoe snel ik dit beschrijf, zo snel ging de dag. Het vloog voorbij, voelde bijna oneerlijk omdat een dagje fietsen in ons hoofd toch wat langer duurt, perceptie, een gek iets.

Van Morro Bay gingen we voor een klein ritje naar Pismo Beach. We zijn volgens mij ons fietsdeel van de reis een beetje aan het verlengen door nu rustig aan te doen. We zijn zo dichtbij onze eindbestemming, dat geeft een gek gevoel. We moesten een klein stukje door het binnenland voordat we weer naar het strand konden, er was geen wind, wel heel veel zon, dat was zweten geblazen. 

In Pismo aangekomen, kwamen we bij een heel erg hip yoghurt tentje genaamd Joy. Dat was op verschillende manieren te merken: 1. Ze verkochten alleen smoothies & yoghurt 2. Er stonden op de muur en de menukaart allemaal happiness spreuken. 3. De eigenaresse vroeg ons of we ons nu extra relaxed en gezond voelden, nadat we haar overheerlijke yoghurtjes gegeten hadden.

De camping was vlak bij het strand, dus besloten we om daar nog even een dutje te doen, nadat ons kleine tentje weer mooi uitgesteld stond naast de grote campers. Alleen was het gekke dat het ons wat moeilijker werd gemaakt om even onze oogjes dicht te doen omdat er allemaal auto’s reden op het strand. Wat voor ons nieuw is.

In de ochtend daarna werden we voor het eerst deze vakantie ons bed uitgebrand door de zon, wat betekent dat we optijd de weg op waren. Vandaag helaas geen zee. Wel weer veel aardbeiboederijen en heuvels! Maar des te zuidelijker we komen des te warmer het natuurlijk wordt. Het was belachelijk warm, alsof we in de zomer door Toscane aan het fietsen waren, want daar deed de route ons aan denken. In Lompoc, hadden wij geluk dat we bij ons motelletje een kleine duik konden nemen in een, volgens hun omschrijving verwarmd, zwembad. Verwarmd was het zeker niet, wel lekker verfrissend! 

22 & 23 Oktober: Morro Bay

De weg blijft ons meenemen naar verbazingwekkend mooie plekjes. Wel is waar over heuvels en hoge kliffen, waar de benen hard voor moeten werken, maar iedere keer als je weer naar beneden kijkt, over de zee, geeft dat een machtig gevoel. 

Het voelt eigenlijk alsof we een uitstapje hebben gemaakt naar een ander land, naar Curaçao of een van de Griekse eilanden, want zo blauw kan de zee op sommige stukken zijn. Het is zo fijn wakker worden en je tent rits open te maken, wetende dat zodra je uitstapt, de zon schijnt en de frisse zeewind weer door je haren zal waaien. 

Een plekje stak echter boven alle andere idyllische plekjes uit, McWay Falls, een innie minnie inham in de kustlijn, in de vorm van een halve maan, maar daaromheen, weer genoeg pluimplantjes (waarvan ik de naam nog steeds niet weet), deze staken zo mooi af bij het water, magisch gewoon.

Na nog twee pittige klimmen naar de 200 meter, werd het allemaal wat vlakker, de rotsen maakten weer plek voor duinen en het leuke daarbij was, waren de bekende ‘oink’ geluiden. Heel wat zeehondjes die weer allemaal naast elkaar op de stranden aan het luieren waren. Niet veel later, toen we 

Verder vlogen we richting Morro Bay, de wind ging weer voluit in de richting die we op moesten, dus we waren een stuk eerder op de eindbestemming dan we hadden gedacht. Morro Bay zelf was een superschattig vissersdorpje, bekend door een grote berg, die midden voor de kust staat. Als je vanaf het noorden komt aanfietsen heeft deze berg een soort vorm van een waaier, heel apart. 

Aangekomen bij ons motel zijn we gewoonweg bekaf, niet gek na alle indrukken en golvende wegen! Snel even lekker wat eten scoren op de boulevard! Want de liefde van een fietser gaat door de maag.

20 & 21 Oktober: Big Sur

De dag na Santa Cruz was het originele plan om even lekker te gaan relaxen bij een camping met zwembad 25 kilometer verderop. We gingen dus ietsje later uit bed en namen de tijd om nog gezellig te gaan ontbijten met Jakob en Victoria. Alleen eenmaal bij de camping aangekomen, bleek deze potverdorie vol te zitten. We hadden ons hier zo op verheugd, maar helaas, de campingbaas wou ook niet echt meewerken om ook maar een klein plekje voor ons te vinden. 

Doorfietsen dus, als we dan toch niet kunnen relaxen, kunnen we beter alvast kilometertjes maken om dat ergens op een ander mooi plekje te gaan doen. De rit was verder niet zo bijzonder, het ging vooral door het binnenland waardoor je helaas geen mooie stukken zee kon bewonderen. Wel gingen we langs grote stukken land begroeid met aardbeien, die zoete lucht van dit rode vruchtje kon je heel goed ruiken, grappig want ik heb voor zover ik mij kan herinneren nog nooit echt aardbeien ‘geroken’. 

De volgende ochtend begon, zoals we inmiddels gewend zijn, met mist. Geen probleem, nog steeds windje mee en na onze eerste koffie pauze was de lucht alweer blauw gekleurd. Net optijd, want de geweldige kustlijn stond weer op het programma. We gingen richting Big-Sur, waar we ook gingen overnachten. 

De eerste stop aan de kust was bij Point Lobos, waar op een klein stukje, veel verschillende strandjes en rotsformaties te bewonderen waren en de weg vorderde zich daarna langzaam aan weer in golvende bewegingen. Het was bizar op hoe veel punten we moesten stoppen om eens goed om ons heen te kijken, alweer hoge kliffen, rotsen en blauw water, ik heb helaas niet veel andere woorden om de kust te omschrijven, maar ik hoop dat jullie me geloven als ik het zeg dat het gewoon simpelweg weer spectaculair was en op ieder plekje weer net even anders of mooier.

En voor onze slaapplek, gingen we weer even landinwaarts, het bos en de bergen in. De bergen naast de kust doen ons af en toe zo erg denken aan bepaalde valleien, die we in de Cascades gepasseerd zijn. Regelmatig een kleine deja-vu.

Nu al zin om morgen weer langs de prachtige kust te fietsen, wat een genot! 

18 & 19 Oktober: Santa Cruz

Tijd om weer op de fiets te stappen! We gaan beginnen aan de laatste etappe van onze grote tour! Op naar Los Angelos! Wat toch nog iets verder weg ligt dan we denken, een kleine 800 à 900 kilometer. We hebben nog genoeg tijd om, als we zouden willen, het wat rustiger aan te doen en wat strandjes te bezoeken. We gaan het zien!

Na een super lang Skype gesprek met de hele familie Verduin begonnen de wielen weer te rollen. Dat Skypen was hartstikke nodig want hiep hiep hoera, mijn inmiddels twintigjarige zusje was jarig! Op zo’n moment besef je je weer even dat je aan de andere kant van de wereld zit.

Zo als we aankwamen gingen we ook weer weg, met de ferry! En natuurlijk nog even door het massatoerisme heen gefietst want de Golden Gate Bridge stond ook nog even op de route! Een waardig afscheid van de oh zo mooie stad. De stad uit gingen we ook zo weer het strand op, waar veel surfers te zien waren.

Helaas was het stuk daarna fietsen, iets minder prettig. We mochten het weer een kilometer of 20 afleggen in de vluchtstrook van highway 1, met de daarbij behorende glasscherven op de grond. Het is en blijft een groot wonder dat wij na 4000 kilometer nog geen lekke band hebben gehad. (Voor mijn welgesteldheid en bijgeloof, zou ik graag willen dat jullie nu even ons geluk afkloppen op een houten iets, ik dank u hartelijk)

Door een lange tunnel kwamen we weer terug aan de kust, en wat voor een kust. Oranje rotsachtige kliffen, die de blauwe kleur van de zee eruit lieten springen, wauw, de monden vielen weer open van verbazing!

De volgende dag richting Santa Cruz, pakte de verbazingwekkende kust weer door, weliswaar met wat mist tot een uurtje of een, maar dat deed de meeste uitzicht punten gelukkig niet te min. Hoe zuidelijkere we gaan, hoe meer pelikanen we tegenkomen, vliegend in de lucht of chillend op een kluitje met een hoop ander gevleugeld gespuis.

We vlogen richting onze Warmshowers, het windje mee was zo sterk, dat je op sommige stukken het gevoel had dat je op een elektrische fiets zat (sorry, opa’s & oma’s). De timing was perfect en zodra we aankwamen bij het appartement van Jakob en Victoria, stapten zij ook net de auto uit van hun middagje meubels uitzoeken. Want dit lieve stel wilde ons zelfs hosten, terwijl ze nog maar net ingetrokken zijn in hun appartement, waar ze nu nog een soort van in camperen, onze matjes pasten hier dus prima tussen! Onder het genot van een lekker rood wijntje en een stink kaasje konden we al onze fietsavonturen delen, super gezellig!

15 t/m 17 Oktober: Op de plaats rust

We zijn van deze dagen nog een dagje in San Fransico gaan wandelen in het Golden Gate Park, wat immens groot genoeg  is om er de hele dag door heen te wandelen achteraf… Wisten wij veel. Om hier te komen namen we een ubertje vanuit Alameda, omdat we er ook te laat achter kwamen dat de Ferry tussen 11.00 en 13.00 niet vaart. Ook hiervoor gold, wisten wij veel….. De uberchauffer had een rijstijl waarvan men, naja hoe zeg je dat netjes, kotsmisselijk werd. Gassen, remmen, gassen, remmen. Het eerste wat wij daarom ook deden in het park, was puur even bijkomen.

Toen we het park uitliepen, kwam de grote rode metalen brug weer in het vizier, nu bekeken we het vanaf de zuidelijke kant, wat toch weer net even anders is, wel weer net zo indrukwekkend. De rest van de middag hebben we lekker langs het water gestruind, met, hoe kan kan het ook anders hier, een prachtige omgeving.

De twee dagen erna zijn we lekker gaan rusten bij Andrea thuis. Heerlijk, even helemaal niks! We hadden aan Andrea verteld dat we heel graag nog een keer naar een sportwedstrijd wilden gaan. Laat zij nu helemaal fan zijn van de basketbalploeg de Golden State Warriors, die heel toevallig vanavond hun openingswedstrijd hebben. Hmm, een goed idee om haar als bedankje hier mee naar toe te nemen. 

Zo gezegd, zo gedaan en daar zaten we dan, in de hoogste ring van de Oracle Arena. Super gaaf. De Golden State Warriors zijn niet zomaar een basketbal ploegje. Ze zijn nu al twee jaar op een rij NBA kampioen. Het team bevat spelers die super bekend zijn vanwege hun fenomenale spel, ik noem een Stephen Curry een Kevin Durant en een Klay Thomsen. Wat een indrukwekkend gezicht en wat blijft basketbal een heerlijk interactief en tactisch spel, waarbij er veel gebeurd. 

Tijdens de time outs en pauzes, werden er hele shows gegeven. Cheerleaders, zangeressen, gekke winacties en andere dansacts. Waar voor je geld. Dat is even wat anders dan een wedstrijdje AZ-Ajax, waarbij in de rust alleen een beetje André Hazes gedraaid wordt. 

De wedstrijd bleef nog even doorgaan zodra ik mijn ogen dicht probeerde te doen om te slapen….

14 Oktober: Alcatraz

Aangekomen bij Pier 33, zagen we heel wat mensen in de rij staan voor de ferry naar Alcatraz, het eiland wat vooral bekend is geworden door de gevangenis die hier van 1934 tot 1963 heeft gezeten. Zelf doen we natuurlijk ook lekker mee aan het massa toerisme wat hier bedreven word. Gewoon achter in de rij aansluiten. Wij hadden eigenlijk hartstikke veel geluk dat er nog een plekje voor ons was, want tijdens hoogseizoen, moet je minimaal een paar weken van te voren je kaartjes bestellen.

Als je van veraf naar het eiland kijkt, lijkt het door zijn kleur, omvang en hoogte een beetje op de Akropolis in Athene. Bijna op het eiland zijnde, zie je toch dat het wat minder fraai is dan dat het van veraf had verwacht. Dat is niet gek als je je bedenkt dat dit eiland 365 dagen per jaar vol in de wind staat. Ook is het niet gek als je eenmaal weet wat er allemaal gebeurd is in de kleine 200 jaar dat dit eiland gebruikt werd.

Zoals jullie Alcatraz kennen, was het alleen een gevangenis, maar voor 1934, werd het voor het eerst door militairen in gebruik genomen in 1850 vlak voorhet beïnvloed van  de burgeroorlog. Het eiland diende toen als een uitkijk post om schepen buiten de baai te houden. Daarna werd het gebruikt door het leger. 

En pas in 1934 bedacht men, ah, laten we hier een gevangenis bouwen, niemand en echt niemand zou levend van dit eiland kunnen ontsnappen. Het water is te koud en het dichtbijzijnde land te ver, geen ontsnappen aan. Als je je slecht gedroeg, ging je de gevangenis in. Als je je slecht gedroeg in de gevangenis, ging je naar Alcatraz. De grootste criminelen werden hier gebracht. De beroemdste zijn Al Capone (filmtip: The Untouchables), Mickey Cohen (filmtip: Gangster Squad), Machine Gun Kelly en Robert Strout a.k.a. Birdman. 

Waar wij zelf nog van versteld stonden, was dat er voor ons een audiotour was, in het Nederlands! Ik bedoel, hoe klein is ons land? Dat moet wel laten zien hoe veel welvaart er in ons kleine kikkerlandje is, als zelfs in onze taal een audiotour beschikbaar is, aan de andere kant van de wereld, waarvan de meeste Amerikanen niet eens weten dat die taal bestaat.

Maar goed, de audiotour leidde ons aan de hand van verhalen door de hallen van de gevangenis. De gevangenen zaten in cellen van 2,5 bij 2 meter, met enkel een bed en een toilet. Wat een grimmigheid, met zijn honderden in dezelfde straat, zo noemen ze de hallen hier. Verder kreeg je wat meer inzicht in ontspanningspogingen van de verschillende criminelen (filmtip: Escaping Alcatraz of Escape plan). Zo hadden gevangen ooit met alleen afgebroken lepels een gat in de muur gegraven naar de tussenschacht, deze kon je nog steeds zien. Niet veel verder kon je ook nog de afdrukken van granaten in de grond bewonderen, die gebruikt waren door bewakers om een andere bloederige ontsnappingspoging te doen stoppen. 

Zo waren we na 45 minuten helemaal overladen met informatie, ik wil hiervan ook niet te veel vertellen want anders blijft er weinig over voor jullie om te bezoeken. 

Conclusie: Massatoerisme is een keuze, maar het was in dit geval het geld waard.

13 Oktober: Wake me up in San Fransisco 

Voor ons slaapplekje gingen we met de ferry naar Alameda, wat 15 km ten zuid-oosten van San Fransisco ligt. De Ferry is super snel en eigenlijk gewoon een attractie om de stad vanaf het water te bekijken, en geloof me dat verveeld echt niet. Andrea, die we hadden ontmoet in Tillamook, had een bedje voor ons klaar staan en we voelden ons gelijk een beetje ‘thuis’. We werden zelfs door haar mee uiteten genomen! Veels te lief! Alweer worden we overdonderd door gastvriendelijkheid.

De volgende ochtend gingen we dus ook weer met de ferry de stad in. We hadden geluk vandaag, want op de pier waar we aankwamen was een grote markt. Overal kleine proeverij’tjes, vers fruit, en gezelligheid. Een goed begin van de morgen!

In een stad is het altijd moeilijk om te bedenken wat er allemaal te zien is, vaak te veel. We proberen zo veel mogelijk te combineren door een soort van wandelroute uit te stippelen. Deze kan tijdens het wandelen nog wel eens variëren, omdat we dan weer, een niet gepland, interessant straatje of bezienswaardigheid vinden. 

Aan het begin van de middag kwamen we aan bij Pier 39, dat was geen pier meer te noemen, zoveel restaurantjes en kraampjes die hier opeengestapeld waren, wat een gekkenhuis, zoveel toeristen. Maar die toeristen komen er in eerste instantie voor iets anders, namelijk: de zeeleeuwen. Die daar, net als de restaurantjes, opeengestapeld, naast elkaar op de drijvende vlotten liggen. Ze geven een ware show. Ze vechten, laten zien wie het beste mannetje is, springen op en af de vlotten en maken de heletijd hun ‘oink’ geluiden. 

De rest van de middag zijn we gaan dwalen door de stijle straten die ons leidde naar Chinatown en de Belden Place area, met daarin in Yerba Buena Gardens en Union square. De winkels in deze straten waren te vergelijken met die in de P.C. Hooftstraat. Peper duur, maar zo mooi om even langs te lopen.

Voordat we het wisten hadden we alweer 20 kilometer te voetafgelegd. Geen wonder dat we een beetje moe begonnen te worden.. Snel met de ferry naar ons lekkere bedje. Op de ferry kreeg de stad een prachtige roze/paars kleurige achtergrond, wat zorgde voor een onbetaalbaar mooi uitzicht, puur genieten en lekker wegdromen. Morgen de gevangenis in!

11 & 12 Oktober: Zig-Zag

Je kan San Fransisco bijna ruiken…. Het is nog maar een kleine 110 kilometer vanaf Bodega Bay, voor het mooie net even te ver om in een dag te doen, voor ons dan, er zijn genoeg fanatieke fietsers die dit rustig in een dagje wegkarren. Wij stoppen daarentegen lekker in ieder dorpje voor wat lekkers, lunch of zelfs al voor avond eten.

De rit naar onze slaapplek ging weer lekker op en af langs het water, dit keer geen zee, maar een baai, waar genoeg mooie vogeltjes en heel veel kleine vissersbootjes waren. We gingen op een prachtig plekje lunchen, waar allemaal rijkelui om ons heen zaten die heel veel slurpgeluiden maakte, want het oesterseizoen was aangebroken. En schijnbaar zaten wij op DE plek om oesters te eten, maar die glibberige, slijmerige zeeslakken lijken mij niet heel appetijtelijk.. Die slaan we even over.

Bijna aangekomen bij onze Warmshowers, moesten we eerst even een klein bergje op, toen we er bijna waren hoorde we al wat gefluit vanuit het huisje waar we verbleven. Een man met lange grijze haren, een grijze baard en slobber kleren stapte op ons of om ons welkom te heten, James. Eerst dachten wat krijgen we nou voor gekke henkie. Maar we trokken al weer veel te snel ons oordeel en James bleek gewoon een super aardige grappige vent.

Deze man heeft samen met zijn vrouw al vele fietsreizen gemaakt. Ieder klein dingetje dat op tafel kwam, leidde tot een groot interessant verhaal van deze wereldfietser. We vroegen er niet om, hij pronkte er niet mee, het gebeurde gewoon. Met open mond luisterden we naar hoe ze met fiets en al in kleine vissersbootjes over de grote golven van de zee voeren, omdat de weg in Panema er even mee ophield. Of over hoe ze een witte kat vonden die drie weken op zijn schouder zat mee te reizen. Iedere keer als we bijna wouden zeggen dat we gingen slapen, kwam er weer een nieuwe anekdote.

De volgende ochtend ging dit geklets lekker verder en voordat we zijn huis verlieten was het al weer iets later dan gepland, dat maakt niet uit, we zijn toch al bijna in San Fransisco. Beetje bij beetje worden de dorpjes dichtbevolkter en zien we na een kleine klim in de verte de stad liggen! Wat een gaaf gezicht!

Stapje voor stapje komen we dichterbij, iedere keer worden de details van de wolkenkrabbers steeds beter zichtbaar en krijgen we een steeds meer toeristen op een gehuurd fietsje te zien. Wat betekend dat we niet ver weg meer kunnen zijn van de Golden Gate Bridge. Na nog wat heuvels, die wij, integenstelling tot de dikke toeristen, wel op konden fietsen, was de prachtige rood metalen brug daar. Met op de achtergrond de stad, jemig wat een overweldigend gevoel gaf dat!

Op de brug was het een ander verhaaltje, dat was een wedstrijdje zig-zag toeristen ontwijken, terwijl je tegelijkertijd ook rechts en links van het uitzicht wou genieten. Want links lag de stad en rechts de oceaan. De brug af de stad in, bleef dit fenomeen nog even doorgaan. De fietspaden in de stad waren super prettig en vermeden alle stijle straten. Maar…

Twee dagen hiervoor had onze kapster (mocht je nog een goede kapper zoeken, Josje Beets is de leukste, en nee dit is geen reclame) ons ‘getagd’ in een foto met stijle zigzag straatjes in San Fransisco, blijkbaar heel populair ook voor toeristen, dus hadden we voor ons zelf bedacht dat we dat wel even van ons lijstje wouden afvinken. Daar gingen we dan…. Rechts af Lombard Street op. Een degelijke 27 procent. Jeetje wat was dat zwaar en berggeit Freek was alweer bovenaan de straat, terwijl ik nog half bezig was met schreeuwen dat ik dit echt niet kon. Ik heb het uiteindelijk net niet gehaald, omdat ik toen ik meer kracht wou zetten, wheelies begon te maken.. Dat vond ik zelf niet heel prettig…

De beloning was wel dat we tijdens de zig-zag afdaling, open monden trokken bij de toeristen, die met grote ogen (naja groot niet echt, waren vooral Aziaten) ons aan het bekijken waren. We voelden ons wel echt eventjes helemaal het mannetje en het vrouwtje.

9 & 10 Oktober: Time for a snack

In de ochtend gingen we weer weg met een heerlijk zonnetje, redelijk uitgeruste beentjes, en een grote zin om weer langs de kust te rijden! Want ieder stukje kust is net even anders. Even blauwer, net wat meer rotsen, soms zand en duinachtige omgevingen. Het geluid van de zee verveeld ook niet, het is zo kalmerend, rustgevend, vredig. 

De wegen waar we op fietsen deze dagen, hebben weinig tot geen vluchtstrook, soms heb ik het idee dat ik een balansact aan het doen ben op de witte lijn. De auto’s zijn over het algemeen heel netjes met ons inhalen, tuurlijk zitten er af en toe wat rotte appels bij, waarvan we, als we onze handen zouden uitsteken, prima even een vieze vetvlek op het raam konden vegen. 

Na een avond zonder onze nieuwe fietsvrienden waren we benieuwd of we vanavond er weer een paar zouden zien! We waren vandaag erg snel, dus hadden onszelf beloont op een heerlijke pizza, toen we aangekomen waren in het dorpje Gualala (waarvan iedereen natuurlijk een tijdje doorging met het het uitspreken/zingen als Gua-la-la-la-la-la). Vanuit hier konden we alle fietsers zien passeren. En verrekt we zagen Rick weer, een super leuke gezellige man en een nieuw jong stel, het eerste stel van onze leeftijd. Cody en Emily!

Op de camping zaten we gezellig aan de picknicktafel samen te eten en te snacken, want als je iets met elkaar gemeen hebt naast de route die je volgt, is het de constante behoefte om te snacken. Alleen om ons heen waren er de hele tijd eigenwijze wasbeertjes, die maar al te graag met ons aan de picknicktafel wouden zitten. Cody, Emily en Rick hadden al met ze moeten vechten om onze etenstassen veilig te houden, toen we even naar het toilet waren. Helaas hebben ze wel onze chippies gestolen. De nacht was redelijk onrustig omdat je constant die hongerige wasbeertjes om je tent hoorde ronselen. We waren maar al te blij dat ze niet slim genoeg waren om ons tentje in te kruipen.

De volgende ochtend was heel mistig en we hadden een beetje last van opstart problemen, dus besloten we om in de eerste de beste lodge die we tegen kwamen een kopje koffie te doen. Bij het krijgen van onze rekening viel mijn mond open, 15 euro! Voor twee niet eens echte cappucino’s, zonder wat lekkers…. Oeps.. En het leuke was dat we 10 kilometer verderop een super schattig bakkertje tegen kwamen…. Balen! 

Rond een uurtje op twee, na de lunch, moesten we klimmen de klif op. Zodra we boven waren, begon de mist weg te trekken en kwam het zonnetje tevoorschijn. Het uitzicht wat voor en beneden ons lag was zo mooi. Opnieuw kust, een blauwe zee en rotseilanden. Maar toch net weer in een andere setting, waardoor je iedere keer weer verrast wordt, helemaal nu, vanaf 200 meter hoogte.

Voor ongeveer 10 km bleven we op deze hoogte, met heel wat slingerende wegen, langs iedere afgrond. De afdaling was lekker Europees, veel scherpe bochten en lekker stijl. Op een gegeven moment slingerde we naar een stukje waar overal zeehondjes als aangespoelde stukken hout op en naast elkaar lagen. Wat een schattige beestjes (als je ze vanaf een afstand bekijkt, want lief zijn ze niet). Eenmaal op de camping in Bodega Bay Dunes, kwamen we onze fietsvrienden weer tegen, dus je raad het al, tijd voor snacks! 

 Wat een prachtige dag! 

7 & 8 Oktober: The California Coast

Oeps, we openen het tentje en alle andere fietsers zijn al vertrokken. Verbaasd kijken we op ons klokje en zien we dat het al tien uur is, alarm was niet af gegaan, kan gebeuren. Dus lekker op ons eigen tempo de weg weer op, waarna we het Redwood National Forest verlieten. Vandaag stond maar een kleine 80 kilometer op het programma, dus dat uurtje langer in ons tentje maakte niet zoveel uit. De route volgde een rivier, die ons van tijd tot tijd weer liet denken dat we terug waren in de Colombia Gorge. 

S’middags rijden we een stadje in voor wat lekkers, en we zien een groot deel van alle fietsers met wie we reden hier ook, wat blijkt we gaan allemaal naar dezelfde campground, gezellig! Na voor het grootste gedeelte iedereen onderweg ingehaald te hebben (ja, ik maak hier onnodig een wedstrijd van, ik kan er niks aan doen, het gebeurt gewoon) kwamen we zelfs voor late vogels, vroeg binnen. 

We besloten met zijn allen naar de overkant van de weg te gaan om een biertje en een hamburger te eten, er was zelfs livemuziek door de lokale wannabe Rolling Stones. Waar ik later met Alli, ook een fietster, als achtergrondzangeres mocht fungeren, tijdens het nummer Knockin’ On Haven’s Door. Gelukkig was er een zevenjarigmeisje die de tekst goed kende en de aandacht naar haar trok. Onze prachtige stemmen waren niet eens te horen, de microfoon stond helaas uit…

De volgende ochtend gingen we er voor de verandering maar optijd uit, er stonden twee klimmetjes op het programma en dan zouden we weer langs de kust fietsen. Met een beetje doortrappen en een muziekje in, waren het heerlijke bergjes om op en af te fietsen. En na de tweede berg, kwamen we aan bij de prachtige kustlijn die California bezit. De monden vielen open van verbazing, hoe blauw de zee hier was en hoe ruig de golven kunnen zijn. Ook zijn er heel veel pluimenplanten (sorry weet niet hoe deze plant heet) die zo mooi afsteken tegen het blauw. Oh en de wind? Kneiterhard windje mee, we vlogen over alle heuvels en op iedere kilometer strand waren weer nieuwe rots eilandjes, die het waard waren om even naar te staren.

We waren om twee uur al in Fort Bragg, waar we bij een Warmshowers konden slapen, eerder dan gedacht. En wat gingen we doen? Je raad het natuurlijk al…. Koffie drinken! Heerlijk een middagje relaxen, we hadden er immers hard voor gefietst. Onze host, die belachelijk veel op Jochem Meijer leek, haalde ons en nog een andere fietster op bij het Café en reed met ons nog een rondje langs het strand terwijl de zon onderging. Aangekomen bij zijn kleine maar fijne huisje waren er twee banken, die als bed gebruikt mochten worden. Freek was wel zo vriendelijke en bood aan dat hij wel op de grond zou slapen, wat een gentleman. Het was zowaar weer een echt logeer partijtje!

5 & 6 Oktober: Avenue of the Giants

De knoop is echt door, we gaan richting de kust! In Arcata gaan we de route op pakken en volgen we de 101. The Pacific Highway. Maar hoe komen we in Arcata hoor ik je denken. Goede vraag. We zijn na, een heerlijk ontbijtje gekregen te hebben van Geoffrey (beste pancakes ooit!), op de fietsjes naar de andere kant van Ashland gefietst. Eenmaal daar hebben hebben we een parkeerplek uitgezocht waar we de fietsen uit elkaar konden halen en waar Freek even nonchalant naar het autoverhuurbedrijf kon lopen zonder de fietsen mee te nemen. Want zeg nu even eerlijk, ik zou ook niet mijn auto verhuren, als ik wist dat er twee vieze fietsen in gepropt werden… 

Alles paste net aan in de auto en daar gingen we dan! Valsspelen, zo voelde het een beetje, maar goed, wat maakt het uit, het idee dat we weer lekker zorgeloos konden fietsen is zo fijn! Drie uur later arriveerden we in Arcata, waar we weer hetzelfde trucje uithaalden en Freek deed maar alsof zijn neus bloede toen hij de auto hier weer inleverde. De verhuurder keek niet eens even in de auto, want we hadden toch zeker wel hier en daar wat modderige vegen achter gelaten… Whoopsie… Daar zijn we weer goed mee weggekomen.

De volgende ochtend gingen we dan, de weg op, het zonnetje scheen, de lucht was blauw, lekker peddelen met die beentjes en gauw! En alsof onze gebeden werden verhoord, was er na 15 kilometer al een Starbucks in een ander schattig stadje Eureka!

In de middag reden we het platteland in. Het had veel weg van Noord-Oost Nederland. Vlak, veel koeien en boerderijen, maar er was een groot verschil: Nu hadden we windje mee! En voordat we begonnen te denken dat we echt terug waren in ons kikkerlandje, was er gelukkig een heuvel van 13 procent! Ja gelukkig, want anders kunnen we net zo goed een rondje IJsselmeer doen.

Na een paar van deze heuvels reden we ‘The Avenue Of The Giants’ op. En nee het had niets te maken met het sprookje van de grote vriendelijke reus, maar het waren gigantische bomen, groter en dikker dan we al hadden gezien in Cathedral Grove op Vancouver Island. Ook honderden jaren oud. Er was zelfs een State Park waar we in het midden van deze sprookjes achtige bomen konden camperen en de campings hier hebben warme douches voor wat kwartjes!  Ook veel andere fietsers overigens, dat zijn we niet gewend, maar het is wel erg gezellig en leuk om andermans verhalen en achtergronden te horen. 

3 & 4 Oktober: Plan B

Tot onze verbazing worden we wakker zonder spierpijn en hadden we het idee dat we eigenlijk prima in staat waren om lekker door te karren! Wat we wel heel erg aan het overwegen waren, is om te stoppen met de Cascade Route, omdat het gewoon te koud aan het worden is s’nachts en in de ochtend. Plus om nu iedere keer afhankelijk te zijn van de hotels en de Warmshowers, wordt de charme van vakantie fietsen ons ook een beetje ontnomen. Maar goed misschien stellen we ons aan? 

De eerste kilometers waren nog lekker gratis en dus konden we de beentjes lekker losgooien. Maar toen. Alles wat naar beneden gaat, gaat weer omhoog, en vice versa, natuurlijk. De eerste paar omwentelingen bergopwaarts vielen zo belachelijk zwaar, binnen no time voelde je het zuur in de benen stromen. ‘Denk aan iets leuks, denk aan iets leuks’. Dus dat werd denken aan de lunch, de afdaling en onze slaapzak. Want och, we hadden ons toch een beetje verkeken op onze fysieke gesteldheid. Na nog wat uurtjes met onze slobber benen kwamen we op onze camping. Net optijd want het begon ontzettend hard te regenen. Snel het tentje opzetten, zodat we konden schuilen.

De hele nacht heeft de regen lopen tikken op ons tentje, gelukkig was het toen we wakker werden eindelijk een keertje gestopt. Freeks tassen waren helemaal doorweekt… Dus dat waterproef van Ortlieb gold niet voor de zijne. Het was redelijk fris en dat in combinatie met alle nattigheid, was letterlijk de laatste druppel die de emmer over liet lopen en onze deed beslissen dat we van route gaan wisselen. We gaan naar de kust! Hoe weten we nog niet helemaal, maar we hebben nog een dagje om hierover na te denken.

De rust die deze keuze gaf was heerlijk, op de fiets kon je weer je gedachten alle kanten op laten gaan in plaats van dat ze gefocust waren op de zorgen die kwamen kijken als we door zouden fietsen op de Cascades. En niet te vergeten het zonnetje scheen! Dat scheelt al voor de helft, en voor vanavond hadden we een Warmshowers wat natuurlijk ook heel prettig is!

Na onze ‘laatste’ pas genaamd ‘The Dead Indian Memorial Pass’ getrotseerd te hebben, kwam wel het besef dat we aan de kust niet zulke klimmen zullen hebben, wat jammer is, alleen we zijn toch wel blij dat we ons aan de kust minder zorgen hoeven te maken en minder afhankelijk zijn van het weer, immers voor wat, hoort wat!

De afdaling naar Ashland was geweldig, scherpe bochten, uitzicht over de hele vallei en eenmaal in de vallei hadden we weer een heerlijk bakkie koffie te pakken! Op naar onze host Geoffrey, die bovenop de berg woont, dus eerst even nog een stukje werken. Het extra klimmen was het helemaal waard. Geoffrey had voor ons al burrito’s en bier klaarstaan, wat een lieve vent! Ook dacht hij met ons mee over hoe we het beste naar de kust kunnen gaan, via de fiets of gewoon met de auto? Eerst maar weer even lekker uitrusten in een lekker warm bedje!

2 Oktober: Crater Lake

Met warme teentjes de weg op, na een nacht in een heerlijk warm bedje! Dus geen excuses om langer in het bed te blijven liggen, hup, met die benen de berg op! De klim naar Crater Lake zou minimaal 4 uur in beslag gaan nemen. Het eerste gedeelte van de klim was een rechte weg van 25 km lang, met eigenlijk niet zo veel om naar te kijken, behalve het elevatie profiel op mijn kaartje en de afgebrande grimmige bomen langs de weg.

Eindelijk na twee uur klimmen mochten we links af voor de volgende twee a drie uur. Zo fietsten we Crater Lake Park binnen en kregen we zicht op een soort van prairie op 2000 meter hoogte, maar zodra we klaar waren om de laatste 500 meter omhoog te klimmen, begon het lekker te miezeren en gingen we regelrecht de wolk/mist in. Hoe hoger we kwamen, hoe minder we voor ons uit konden kijken en hoe kouder het werd. Ik had echt het gevoel dat ik in een soort van nare droom gevangen zat. Koud, je kon de afgrond niet zien en af en toe een hele harde windvlaag. Ik begon me steeds meer af te vragen waar we mee bezig waren… En Freek? Nou die fietste gewoon lekker door in zijn korte broek.

Bocht na bocht hoopten we dat we een keer mochten afdalen richting Crater Lake. Maar iedere keer was het antwoord nee. Doortrappen. Het jammere was dat we op veel uitzichtpunten, waar het uitzicht geweldig zou moeten zijn, nu niet meer dan een grijze mist zagen… En eindelijk, na vijf uur omhoog trappen, gingen we naar beneden. De wolk uit. Gelukkig konden we op nog een paar ander punten wel het gigantische diep blauwe meer bewonderen. Wat voelde we ons weer klein en nietig, naast zo’n grote bezienswaardigheid. Alleen begonnen we na 1 á 2 minuten toch te bibberen van de kou, wat niet gek is op 2400 meter hoogte. Snel door naar het café voor een warme chocomel!

Oh en die afdaling was heerlijk, we hadden ons goed ingepakt voor de wind en het was een heerlijke beloning voor het harde werken, 40 kilometers ‘gratis’ naar onze lodge, waar we onszelf getrakteerd hadden op een lekkere dikke vette hamburger! En zodra we ons bed alleen al zagen, vielen de oogjes langzaam dicht. Kapot!

30 September & 1 Oktober: Mount Bachelor & The Cascade Lakes

De ochtend erna, konden we maar al te moeilijk wakker worden, want een lekker warm bedje, ligt natuurlijk ook al te lekker, maar na een heerlijk kopje koffie konden we zo de weg weer op! En wat voor een weg, we gingen rechtstreeks omhoog voor ongeveer 40 kilometers lang, van Alkmaar naar Amsterdam, maar dan van 1000 meter naar 2000 meter hoogte. Mount Bachelor op! En als je af en toe je achter je keek, had je een prachtig uitzicht, maar ook een gratis nekhernia, net zoals iedere man die graag even omkijkt naar iedere vrouw.

De laatste kilometers de berg op kunnen heel lang lijken te duren en de benen hebben op het moment zelf ook heel wat te verduren, maar zodra je de weg naar beneden ziet gaan, en de weg moeiteloos onder je door voelt vloeien, geeft het een energierijk gevoel. Alsof je kneiterhard hebt geleerd voor een tentamen en zojuist een negen of een tien binnen gesleept hebt. 

Tijdens de afdaling begon het helaas met bakken uit de lucht te vallen, en de wind met combinatie van regen, zorgde voor een akelige kou. Zo snel mogelijk de handschoentjes aan, maar die waren natuurlijk niet waterdicht… Zo snel mogelijk naar de eerste de beste ski-hut dan maar voor een warme chocomel met slagroom. Gelukkig was die dichterbij dan gedacht! Zo konden we even schuilen van de regen en onszelf weer een beetje opwarmen.

En zoals we allemaal weten, na regen komt zonneschijn! Dat maakte het voor ons weer iets aangenamer om ons tentje op te zetten. Naast een prachtig meer genaamd: Craine Prairie Lake. Dit meer had allemaal soorten houten takken uit het water komen, met een moerassige omgeving. Het water was helemaal spiegeletje glad, waardoor de wolken prachtig naar zichzelf konden kijken. 

En zodra het zonnetje onder ging, gingen we zo snel mogelijk het tentje in, want oh wat was het fris.

Zo ook de volgende morgen, zo snel mogelijk de weg op, fietsen en warm worden. We hebben ons havermout ritueel inmiddels ook veranderd omdat het gewoonweg extra tijd in beslag neemt. We hebben het veruild voor een banaan, een ei en een goede havermoutreep! Vult net zo goed, en is zo geserveerd!

Na een uur fietsen waren de tenen nog steeds ijzig, zo koud, dat je ze zelf niet echt meer voelde terwijl je aan het trappen was… Hmm niet zo fijn dus. Gelukkig waren er genoeg mooie dingen om ons heen om ergens anders op te kunnen focussen. Davis Lake. Een gigantisch groot meer met op de achtergrond Mount Bachelor. Een plaatje!

Omdat we niet echt warmer werden van het fietsen, besloten we een kleine 5 kilometer om te fietsen voor een kopje warme chocomel. Beste beslissing ooit! Eindelijk warme handjes en voetjes, er kwam langzaam weer wat gevoel in de tenen. Toen we de weg weer op gingen was het ook eindelijk een beetje warm geworden en de laatste 40 kilometers naar Chemult volgens daarom zo voorbij. In dit dorpje was helaas (lees gelukkig) geen camping, dus werden we verwezen naar een klein motelletje. Klassiek Amerikaans, krakkemikkig en oud, die woorden gaan natuurlijk wel vaak samen, maar wil het graag even benadrukken. Maar goed dat oude bedje staat in een warme kamer, dus klagen doen we niet! 

29 September: Eine Deutsche Party

Na een nacht vol rust, (nadat we een steen voor de sproeiers hadden gezet, want je raad het natuurlijk al, Rubin en Freek moesten precies de tent neerzetten in het stukje waar gesproeid werd), hoefden we maar veertig kilometertjes naar de stad Bend (yes, bewoond gebied!) Op de route gingen we verder met het Western-achtige landschap, met rechts van ons prachtig uitzicht op drie keurig op een rij staande bergen, ook wel de Three Sisters genoemd. Dat verklaard de naam van het dorpje Sisters. Maar om eerlijk te zijn hadden ze het beter Three Brothers kunnen noemen, dat zou realistischer zijn, want ik geloof niet dat drie zussen zo dicht op elkaar zouden willen leven. 

Eenmaal in Bend, gingen we natuurlijk zo snel mogelijk op zoek naar een leuk café’tje om weer onze vitamine C (Cafeïne, haha leuke grap, dankjewel) naar binnen te werken. Daar even goed gediscussieerd wat we nodig zouden hebben om onze reis iets aangenamer te maken, ten aanzien van de kou. Op naar de REI, een soort Decathlon, waar je ogen vanzelf weer groter worden dan je portemonne, wat een mooie outdoor spullen. Hebben, hebben en nog is hebben. Gelukkig hebben we beperkte ruimte en beperkt budget. Dus alleen de echt benodigde spullen werden aangeschaft: een waterfilter, handschoenen, warmere sokken, hoofdband en twee slaapzakken voor in je slaapzak. 

Geslaagd dus! Door naar de Warmshowers van vanavond, maar niet voordat Freek even naar de kapper ging om zijn blonde lokken even te laten bijpunten. 

Sue en Tom waren niet thuis toen wij aankwamen, maar ze waren wel al zo vriendelijk om de achterdeur voor ons open te laten zodat we alvast onszelf konden opfrissen! En tot onze verbazing werden we gewoon gehost door twee legendes om het zo maar te zeggen. Deze twee mensen hebben als een van de eerste de Trans America route gefietst! De pioniers van de de TransAm, wat een eer. 

En alsof dat niet leuk genoeg was, kwamen er nog meer mensen te eten, de meeste van hen spraken Duits! Dat was weer even de taalknop omzetten, want ik heb al een lange tijd niet meer auf Deutsch gesprochen, ofzoiets…. Voordat we aan tafel gingen, kregen we eerst nog een privé concert van Janet op de Cello, uiteraard speelde ze Bach, het was immers een Duits feestje. Marius, een Duitse jongeman, die momenteel bij Tom & Sue woont, had van alles binnen het Duitse thema gekookt: Sauerkrautpuree, rollade, kartoffelsalade, Lecker Lecker. Wat een gezelligheid! 

27 & 28 September: Adam & Eva

Waar aluminiumfolie allemaal wel niet goed voor kan zijn, geen koude voeten gehad vannacht! Dus snel het tentje opruimen en de eerste paar uurtjes weer in onze winterse outfit de weg op. Was nu zeker wel handig, want we gingen lekker naar beneden, wat zonder zonnetje op je bolletje best koud was. Tijdens het afdalen was het opnieuw genieten van alle mooie kleuren die de herfst te bieden heeft.

Na een heerlijke afdaling kwamen we terecht in Detroit, en niet de grote variant, maar meer de kleine, bestaande uit een motel, een supermarkt en een restaurant… Niet echt veel te beleven dus. Op een goede sandwich na. Omdat er op de campings geen lopend water is, moeten we dat nu inkopen en dat is natuurlijk niet heel fijn om mee te dragen in de fietstassen. Maar liever een kilo’tje teveel meesjouwen de berg op, dan dorstlessen.

Niet veel verder lag nog een dorpje met een RV park, maar omdat het nog maar drie uur s’middags was en het hier niet heel plezant uitzag, besloten we voor een camping 16 km verderop te gaan, dat scheelt morgen weer. Dus dat betekende ook dit keer weer geen douche. De camping was eigenlijk al gesloten voor het seizoen, maar wij konden mooi met onze fietsjes om het hek heen, weer een plekje helemaal voor onszelf! Zo konden we na drie dagen zonder schoon water, dit keer als Adam en Eva onszelf baderen in de rivier, zonder enige gene.

Rise and Shine! We hebben namelijk alweer een nieuwe pas voor de boeg! Santium Pass stond op het programma voor deze ochtend. Het was een interessant wisselend toneel, het ging namelijk van vulkaanachtige stenen, naar weer mooie herfst kleuren, naar houtskoolkleurige bomen, naar weer kale vlakken. En nadat je je benen weer even goed aan het werk had gezet, was het het uitzicht boven op de berg het helemaal waard. 

De afdaling werd ingezet en halverwege konden we rechts genieten van de aanwezigheid van Mount Washington. En zo vlogen we nog wel even door totdat we een prachtig blauw meer zagen, waar ook een mooi plekje was om te lunchen! En zowaar hadden we na vier dagen wifi-loosheid, weer contact met de buitenwereld. Jeetje wat zijn we beide verslaafd aan alle sociale media, dat realiseer je je maar al te goed als je even een paar dagen je telefoon weggelegd hebt. (Aanrader, probeer het eens.)

Het laatste stuk naar Sisters was recht toe rechtaan en ging door een kaal Western achtig bos, wat natuurlijk een prachtige inleiding was voor een typisch Westers dorpje! Houten gevels en cowboyhoeden, plus de daarbijkomende toeristen. En voor het eerst sinds vier dagen hadden we een camping met een douche! Blijer kon je ons niet krijgen. Schoon ons tentje in, dat is even lekker!

25 & 26 September: Into the Cascades

Nog een kleine 30 kilometer langs de A9 en dan zouden we rechtsaf slaan, de bewoonde wereld uit en de bergen in. Een heel gek idee omdat we de afgelopen maand over het algemeen van dorpje naar dorpje fietsten en nu verteld ons boekje ons, dat we de komende 150 km niks tegen gaan komen. Gek idee. Maar goed, als je gewoon genoeg eten inkoopt en weet waar de campings zijn, komt het helemaal goed toch?

In Hood River begon de klim, die ons op de Sierra Cascades zou brengen. Brengen wil ik het natuurlijk niet noemen, je brengt iemand ergens heen, dat klinkt relaxed, dit was gewoon hard werken. Maar zoals we weten, hard werken wordt zeer zeker beloond. Na een half uurtje klimmen krijgen we een prachtig uitzicht op Mount Hood, die inderdaad letterlijk een soort vorm van een hoedje heeft. Na anderhalf uur klimmen kwamen we terecht in een dal waarbij je, als je voor je keek, Mount Hood zag en als je achter je keek, Mount Rainier, ook een joekel van een berg. 

Tot en met de camping moesten we blijven klimmen. Vanaf tien kilometer voor onze slaapplek begon het groene bos te veranderen in een bos met een diversiteit in kleuren. Niet meer alleen groen maar ook de kleuren geel, oranje, rood kwamen tevoorschijn. Herfst! Super leuk om zo al die contrasten te zien veranderen. Het leuke aan de herfstkleuren is ook dat het een soort nostalgisch gevoel in je opwekt, je wordt er vrolijk van.

Brrr…. De volgende ochtend werden we beide waker met ijspegeltjes aan onze voeten… Waren even vergeten dat, hoe warm het ook overdag mag zijn, het s’nachts in de bergen hartstikke fris is… En zo ook zeker s’ochtends tot een uurtje of elf. Morgenavond maar even wat meer laagjes aantrekken…. Dus in de winterkleding de fiets op. Echt belachelijk koud. Het is zo gek om de zon te zien schijnen, maar niet de warmte te voelen, die wordt eerst nog door de bomen geblokkeerd. Dus ook de vingers begonnen ijspegeltjes te worden. Gelukkig voor ons moesten we nog steeds bergopwaarts, onze eerste pas over. Daar krijg je het vanzelf wel warm van.

De pas op, kregen we Mount Hood van alle kanten te zien, een echte beauty. Op onze weg naar beneden, hadden we geluk dat we nog een klein tankstation passeerde waar ze naast een koud cola’ltje, aluminium folie verkochten, dat konden we goed gebruiken om onze voeten warm te houden, zodat we niet weer met ijspegels wakker worden! 

De rest van de dag hebben we een hele rustige smalle weg gevolgd door de bossen, wat bijna een soort fietspad was. Geen auto’s, alleen twee mooie fietsjes. Onze camping van keuze lag bij een meertje 1 mile van de weg die we volgden, alleen normaal staan de campings redelijk goed aangegeven met borden, deze niet. Gelukkig keek Freek op Pocket earth en zag dat we op een gegeven moment een ongeasfalteerde weg op moesten, met een stijgingspercentage om u tegen te zeggen. Dat werd eerst even stukje lopen. Maar 10 minuten later komen we aan bij een super schattig meertje met een camping waar niemand te bekennen was. Gek om zo alleen te zijn in de bossen, maar ook net zo vredig.

23 & 24 September: Colombia Gorge River

Na nog een dagje aan de fietsen klooien en alles in ons huisje opruimen, reden we langzamerhand Portland uit. Via een prachtig fietspad natuurlijk. Want Portland zou Portland niet zijn zonder. Na de eerste pauze reden we echt weg van de stad. Wat heel gek aanvoelde, want we zijn allebei een beetje heel veel van Portland gaan houden. Dag Dag!

Dus de stad uit en weer de natuur in, wat weer klimmen betekende. Het was behoorlijk warm en we gingen van 0 weer naar de 300 meter. We fietsten het eerste deel langs veel koolvelden en stukken droogland, weinig schaduw, lekker zweten. Op een gegeven moment stond er een bordje met een ‘hier moet je even kijken, hier is een mooi uitzicht’ tekentje en de tekst ‘for women memorial view point’. Ik als feminist wanneer het me uitkomt was daar natuurlijk wel in geïnteresseerd. En een stukje naar links was inderdaad een uitzicht punt. Wauw. Je kon over een heel groot deel van The Colombia Gorge River uitkijken…. De rivier mooi donkerblauw, de kliffen zo hoog en heel wat mooie bergtoppen. Hier hadden we niet op gerekend! Een echt cadeau’tje!

Na wat verder fietsten zagen we dat ‘onze’ weg afgesloten is…. Dat was even balen, want dat betekende dat we de A9 op moesten, want er was geen andere weg in de buurt die ons naar Cascade Locks kon brengen. Dus zo snel mogelijk weg van de snel weg…. Het was jammer dat je nu al het razende geluid in je oren had en nogal wat auto’s die wat in de weg zaten van ons mooie uitzicht. Bij de volgende opgang naar een rustige weg zien we weer borden staan die aangeven dat we niet het nieuwe fietspad opkunnen. Waarom niet? Omdat er vorig jaar een groot vuur was en ze nu nog steeds bang zijn dat er stenen of boomstammen op de weg kunnen vallen. Klinkt redelijk, alleen na mate wij weer de A9 volgde, zien wij naast ons een prachtig fietspad met nul boomstammen of stenen en met een reling die je gescheiden houdt van de auto’s…….

Na veertig kilometer in de vluchtstrook, zagen we borden met Thunder Island Brewery erop. Laat dat nou net onze WarmShower hosts zijn vanavond! Dus in no time zaten we in Cascade Locks bij de brouwerij, met een IPA’tje, nachos en een prettig uitzicht op de Colombia River. Afzien dus!

David en Emma hadden nog een kamertje over in hun huis. Dat wordt ons laatste echte bedje voor de komende tijd! We gaan morgen echt de Cascades in! We zijn benieuwd! Ik weet niet meer hoe maar deze avond hebben we met zijn vieren ‘Wie is de mol?’ seizoen 17 met Engelse ondertiteling gekeken. Super leuk, want zo zagen wij ook weer allemaal herkenbare stukjes van de omgeving en David en Emma waren ook verkocht, die gaan het seizoen afkijken!

Uitzicht vanuit de brouwerij!

‘Wie is de mol?’ op groot scherm

21 & 22 September: Op stap met de familie Long

De volgende ochtend werden we fris en fruitig wakker en leek het me een leuk idee om echte Nederlandse pannekoeken te bakken voor de familie Long. Voordat ik wist werd ik al vijf keer bedankt voordat ze ook maar iets geproefd hadden. Uiteindelijk was de tafel gedekt met nog meer lekkers zodat we een echte brunch hadden, dat is lekker wakker worden!

De rest van de middag hebben Freek en ik lekker geluierd, terwijl Lanessa zich druk aan het voorbereiden was voor haar stand-up comedy show in New York. Rond een uurtje of drie gingen we samen met de Familie Long naar de Tillamook Creamery. De grootste leverancier van zuivelproducten in Amerika. Van yogurt tot kaas, van ijs tot crème fraiche, Tillamook maakt het allemaal. Eenmaal in de fabriek zie je de grote rij om een ijsje te halen al, dus snel door naar het gedeelte waar je kon zien hoe hun cheddar gemaakt werd. Voordat ik de trap op was zag ik al de eerste toerist die zoveel mogelijk stukjes kaas op een stokje had verzameld uit het kaasproeverij’tje…. Typisch

Verder kon je in de fabriek natuurlijk ook een kijkje nemen in het hele proces van melk tot kaas, of eerder gezegd cheddar, je weet wel dat goud gele stukje plastic, waar ik al een soort van ode aan heb geweid in mijn eerdere blogs. Tijdens dit kijkje kon je ook alle medewerkers aan de lopende band zien. Je kon precies zien wat ze aan het doen waren en ah wat had ik een medelijden, het waren gewoon een soort aapjes en alle toeristen stonden ze rustig vijf minuten aan te gapen achter het glas. 

Snel door naar een ander stukje hemels strand, dit keer zonder zonnetje, maar dat zorgde weer voor een totaal andere setting. Net wat ruiger, maar toch net zo mooi, anders mooi. Hier en daar nog wat rondgehuppeld en het was alweer tijd voor het avond eten. Ome Jim was jarig, dus werd er natuurlijk verwacht dat wij als Nederlandse gasten ook Happy Birthday gingen zingen in onze prachtige taal. Gelukkig zijn Freek en ik twee getrainde nachtegaaltjes …..

Zaterdagochtend was het tijd om Lanessa naar het vliegveld te brengen in Portland, want ze moest weer terug naar haar studio’tje in LA waar ze studeerde. En of we het leuk vonden om ook mee naar de Starbucks te gaan, waar ook wat familie zou zijn. Nou bij het woordje Starbucks waren we alweer verkocht, Prima! Maar eenmaal aangekomen, bleek bijna de hele familie Long met aanhang aanwezig te zijn. Wat een gezelligheid en wat een lieve leuke warme mensen. Sue stelde ons voor zoals ze ons inmiddels tien keer heeft voorgesteld aan mensen die wij niet kennen. Het blijft lief om te horen hoe leuk en geweldig ze het vind wat we doen. Na tranentrekkend gedag van Lanessa, gingen wij ook maar lekker terug naar         ‘ons’ huisje in Portland. Maar niet zonder een dikke knuffel van de hele familie Long. 

20 September: Op bezoek in Tillamook

Er waren eens een vader en een zoon die beide met een passie voor fietsen een indrukwekkende fietstocht van Oost naar West Amerika aan het maken waren. In de laatste weken besloten zij langs de kust van Oregon te fietsen. Daar in een klein stadje genaamd Tillamook besloten zij een ijsje te eten… Maar wat er toen gebeurde hadden zijn ook niet voor mogelijk gehouden… Ze werden aangesproken door een lieve mevrouw en vervolgens werd hen aangeboden om bij hen te gaan slapen.. Een jaar later kwam de dochter van deze lieve mensen genaamd Lanessa richting Nederland en zorgde dat voor een prachtige vriendschap.

Na dit prachtige sprookje konden wij natuurlijk niet anders dan even langskomen, aangezien we maar anderhalf uur verwijderd van Tillamook waren. Eenmaal bij het huis van de familie Long aangekomen, stormde een enthousiast schreeuwende Lanessa de deur uit om ons een hartelijk welkom te geven. Niet veel later nam ze ons al mee richting de kust, maar niet voordat we langs de tandarts praktijk van haar vader waren geweest. De praktijk van dokter Lee Long. Wat een beetje klinkt als een goede afhaal Chinees, maar niet alles is zo als het klinkt. Lee ontving ons heel vriendelijk en door de rest van de praktijk assistenten werden we onthaald alsof we helden waren, want Sue (die lieve mevrouw uit het sprookje) had het al breedsprakig over ons gehad. 

Door naar de kust. Zelf verwachtte ik er niet heel veel van, maar zodra de zee in zicht was moest ik weer naar adem happen, zo mooi dat het eruitzag. Hoge kliffen, grote rotsen en het zonnetje schitterde op de golven. In Oceanside gingen we zelf het strand op. Het was net alsof alsof we een schilderij of filmset op liepen. Bij voorkeur Game of Thrones, want Carice van Houten kon achter iedere rots verscholen zitten. Om naar het andere stuk van het strand te lopen moesten we door een bunkerachtige tunnel, waarbij het strand vervolgens een totaal andere look kreeg, nog steeds de hoge kliffen, rotsen en prachtige golven, alleen in een ander opstelling, maar jeetje wat zijn we verliefd geworden op de Oregon Coast.

Lee en Sue wouden ons graag mee uiteten nemen bij een restaurantje aan de kust, wat wij veel te lief vonden, maar natuurlijk ook heel lekker luxe. En terwijl we weer over van alles aan het praten of bijpraten waren, ging de zon onder en veranderde het strand langzaam in een romantische setting met een roze rode lucht. 

18 & 19 September: Portland Part 2

De volgende ochtend hadden we maar weer al te veel zin om terug downtown in te gaan zonder ons zorgen te maken om onze fietsjes, die stonden mooi en veilig in de garage. Met de light trail (voor ons tram) kwamen we gemakkelijk in de binnenstad. Onder andere de combinatie van de light trail die op groene energie draait en de goede fiets infrastructuur zorgen er voor dat deze mooi stad ook nog een van de milieu vriendelijkste is van de US. Natuurlijk gaat dat met alle gigantische pick-up trucks en gebruik van fossiele brandstoffen heel snel.

Maar goed, alle ‘Wie is de Mol’ kijkers kunnen Portland kennen van de slogan: Keep Portland Weird. In aflevering 1 van seizoen 17 was Portland namelijk het strijdtoneel. Wat voor ons natuurlijk heel leuk was want zo herkende we een heleboel zoals bijvoorbeeld de Hawthorne Bridge, een brug gemaakt van oud industrieel staal. Powell’s Book Store, wat een van de grootste onafhankelijke boek winkels ter wereld is en verder nog allemaal leuke eetkraampjes die op ongeveer iedere hoek van de straat te vinden zijn. Van Chinees tot Spaans, op iedere vierkante meter was een andere soort culturele lekkernij te verkrijgen. Wat ik zelf nog opvallend en leuk vond, was dat de stad nog veel oude pakhuizen bezat die aan de bovenkant zijn afgewerkt met een Ionische look en een heel schattig zigzag trappetje aan de zijkant, wat zorgde voor karakteriserende straten in downtown.

Even terugkomend op de slogan van Portland. Mensen hier zijn wat vrijer, losser, alternatief, je mag het beestje zelf een naam geven in die trant. Wat dat betreft heeft deze stad veel van Amsterdam weg. Iedereen kan lekker zijn zoals hij of zij wilt, zonder gelijk raar aangekeken te worden.

Familiedag! De volgende ochtend hadden we afgesproken met Katherine (ook een achter-achter nicht van Freek) en Keith bij een super schattig brunch plekje vlak bij onze villa. Waarbij een broodje hamburger rustig als ontbijt geserveerd werd.  Super gezellig en ook nog is lekker. Tussen de familiebezoekjes door moesten we voor mij nog heel even snel naar de Levi Store in de stad, want na acht weken joggingsbroeken kon ik het mentaal niet meer aan om in een slobber broek door alle steden te lopen. Ja, ik ben een vrouw en ja, ik stel me aan en ja, ik moet dan een kilo meer sjouwen, en oh wat heb ik dat er voor over.

Voor het avondeten waren we uitgenodigd in Salem, een kleine stad ten zuiden van Portland, bij de andere achter-achternicht van Freek: Mary. Tante van Brandon, je weet wel die jongen van de ‘Little Shrimps’. Ook hier ging de tijd veel te snel want na heel wat geklets en gelach onder het genot van wat lekkere hamburgertjes was het al weer donker buiten en hadden we nog een rit van anderhalf uur naar ons huisje voor de boeg.

Met Catherina!

16 & 17 september: Portland Part 1

Zo als we aan kwamen bij John gingen we ook weer weg, regenpak aan en gaan. De hele ochtend de vreugde van de regen mogen voelen. En in de regen is achter elkaar fietsen niet al te prettig, althans voor de gene achter. Die krijgt namelijk lekker vieze prut in het gezicht dat van het achterwiel afkomt. Dus een paar meters afstand. 

Aan het begin van de middag verdwenen de wolkjes en werd er plaats gemaakt voor een heerlijke frisse lucht en zonneschijn. Ook kwamen er allerlei heuveltjes tevoorschijn, die maar achter en achter elkaar door bleven gaan. Goed voor de beentjes! Wat weer opzich zelf zorgt voor heerlijke vermoeidheid. Terecht voldoening gevende moeheid. Wat dan weer zorgt voor het gevoel van zelftraktatie op koffie! En ah jammer genoeg waren er geen campings of Warmshowers in Longview, dus waren we weer gedwongen om naar een Airbnb te gaan, echt vervelend. 

Een diepe nachtrust en een heerlijk zonnetje deden ons vliegen richting Portland. Eigenlijk kwam het puur door de vlakke omgeving en het windje mee. In de ochtend hadden we wel een gemene brug die ons van Washington state naar onze vierde staat in de Verenigde staten bracht: Oregon! De kustlijn hier schijnt geweldig te zijn, fietsers zijn meer dan welkom en heel belangrijk ze hebben een ‘koffie drive tru’ genaamd Dutch Bros hier. Zin in om dat allemaal te gaan zien en ontdekken. Na 90 km op de vluchtstrook van highway 30, mochten we links afslaan naar de stad van de gave bruggen, fietspaden en weirdo’s: Portland.

We kwamen binnen via de Sint Johns Bridge, waar gelijk duidelijk werd gemaakt dat auto’s hier op de tweede plek worden gezet. Zonder Google Maps konden we gemakkelijk naar de downtown fietsen, want alles staat hier supergoed aangeven en er zijn zelfs stoplichten met vormpjes van een fiets erin, die hebben we nog niet gezien deze trip. Na wat rondfietsen in downtown en ingehaald worden door andere fietsers (wat echt heel gek is) gingen we richting onze villa in Portland.

Ik hoor je denken, hoe kunnen zulke jonge kinders een villa betalen? Nou niet. We mogen dit prachtige huis lenen van een fietskoppel die we in Jasper, Canada hebben ontmoet. We moesten even een belletje geven als we in Portland zouden aankomen, want ze hadden nog wel een warm bedje voor ons over. Maar wat bleek nu helaas het geval te zijn, de schatjes zijn momenteel aan het fietsen in Kroatië. Voor hen geen probleem, we mogen nog steeds gebruik maken van hun prachtige huis. En weer is het gelukt om ons verbaast te laten staan van de gastvrijheid die we mogen ontvangen. Ongelooflijk lief.

14 & 15 September: Always trust the locals

Het weer leek volgens de iPhone van Freek niet al te plezant te worden. Maar zoals wel vaker heeft de iPhone niet altijd gelijk. Gelukkig. We fietsten weer langzaam weg van de grotere steden, de bossen in. We beginnen steeds meer te merken dat de route boekjes soms een beetje gekke, niet voor de hand liggende wegen als keuze opleggen….. en gedverderrie, ook uit het niets werden we opgelegd om een bizar steile weg te nemen, want ja, we volgen immers het boekje. Want mooie wegen, zijn geen makkelijke wegen. 

We zijn gewoon te verwend, we hebben al zoveel moois gezien, dat ‘gewone’ meertjes en de daarbij behorende steile omweg, een klein beetje vervelend beginnen te worden. Waarom extra heuvels nemen als het niet nodig is en eigenlijk ook langzamer? 

Aangekomen bij onze nieuwe vriendin Carolyn werden we weer hartelijk ontvangen en hadden we weer een heerlijk warme douche en bedje. En Carolyn gaf ons een andere route voor de volgende dag, ‘niet volgens het boekje’. Dat beviel maar al te goed, tien kilometer minder en minder heuvels, dat klonk als muziek in de oren! Dat noemen we niet lui, dat noemen we efficiënt. Win, win dus!

En inderdaad de volgende dag, nadat we eerst kilo’s bacon hadden gegeten (we mochten niet weg voordat het op was), gingen we via de weg die Carolyn had uitgestippeld voor ons. Maar pfoe door die bacon heb je toch het idee dat je super ongezond bezig bent. Alsof we naar de Mac Donalds zijn geweest. Want bij de Mac denk je: ‘Hmm lekker’. En daarna voel je je toch een partijtje smerig. Bacon doet ongeveer hetzelfde…. Gelukkig ‘fietsen we het er wel weer vanaf’. Op naar alweer de volgende lieve mensen die ons willen ontvangen.

Op de weg naar Rochester zien we opeens een andere fietser oversteken naar onze kant van de weg. Als eerste dachten we oh nee… Die meneer gaat ons of vertellen dat we een andere weg moeten nemen, of dat we een helm moeten dragen. Dus we stopten in eerste instantie met idee dat vriendelijk aan te horen. Maar zodra we hem naderen schreeuwde hij naar ons: ‘Are you my Warmshowers?!’. AHA! Het was John! Een man die een kop kleiner is dan wij, maar minstens net zo gek van fietsen, hij ging even een rondje van 100 km doen. Dus we zouden hem weer zien bij zijn huisje!

Na een grote stop bij de Starbucks (duh, koffie is alles als het regent, want natuurlijk regende het weer lekker hard) kwamen we als twee verzopen katjes aan bij John en Sandy. Het eten stond al klaar en gekke John vertelde van alles over zijn fiets medailles. Hij doet aan lange afstand tochten, waarbij je zo’n 600 km fiets in veel te weinig tijd, dus ook met te weinig slaap… Ik zie er de lol niet van in, maar het is zo leuk om te horen hoe John hier uren over kon praten… Omdat het zo hard regende mochten we met onze matjes en slaapzakken in de woonkamer logeren, wat voor een heerlijk nostalgisch logeerpartij achtige sfeer zorgde. 

En wakker worden met de geur van gebakken eieren was natuurlijk ook niet verkeerd, de schatjes hadden het ontbijt alweer klaar staan voor ons. Blijft nog steeds ongelooflijk hoe lief sommige mensen zijn, daar blijf je simpelweg van genieten. 

13 September: Sleepless in Seattle

Om 8.00 precies stond onze bestelde Uber voor de deur om ons naar de Ferry te brengen, want…. We zaten maar een uurtje met de boot verwijderd van Seattle. De op 21 na grootste stad in Amerika. Voor jullie misschien bekend door de Space Needle of de doktersoapserie Grey’s Anatomy of natuurlijk de prachtige film Sleepless in Seatlle. Ook vormt Seattle het thuisfront van het American football team: de Seahawks, waarvan we genoeg fans van tegen zijn gekomen in het westen. Van paars met groene huizen tot petjes, shirts etc. Crazy Haus.

Een stad binnen komen via een boot heeft wat bijzonders, vanaf ver kan je al de skyline zien, althans de vorm ervan, en na mate je dichter bij komt krijgen de vormen steeds meer details. De details zijn alle verschillende soorten hoogtekrabbers, van Zuid-as glazige gebouwen, tot de klassieke betonnen look, allemaal anders. Als je van de boot afstapte was het eerste wat je ziet de gigantische dubbeldekker snelweg, die de stad omringt. Zonde. Zo zonde zelfs dat ze inmiddels al weer plannen hebben om deze lelijke ring weg te halen en de snelweg onder de stad door te laten lopen.

Pike’s Market Place was een van de dingen die we volgens Wikipedia (super betrouwbare bron) zeker even moesten bezoeken, en als Wikipedia het zegt, zal het wel waar zijn, toch? In eerste instantie had ik het idee dat ik op een vismarkt ergens in Volendam stond. De visgeur penetreerde zo je neus in, blegh. En dat niet alleen, zelfs al het geschreeuw wat je gewend bent van de markt in Nederland, galmde lekker door de markthal. Om alle toeristen te entertainen gooien ze rustig een meter lange vis over. Heel smakelijk allemaal…. Toch leuk om te zien dat sommige mensen dit ook daadwerkelijk leuk vinden. Moet er niet aan denken dat die vis per ongeluk op een van ons terecht zou komen.

Snel door naar de allereerste winkel van het grote koffiefenomeen Starbucks. Waar wij het grootste deel van ons vakantiebudget aan uitgeven. Je kent het Starbucks teken wel, een soort van vrouw met lange haren en een kroontje op. Men zegt wel eens dat tijd ervoor zorgt dat mensen er beter uitgaan zijn als ze ouder worden nou de Starbucks mevrouw ook. Van origine was het nameijk een hele lelijke zeemeermin met hangtieten, niet echt iets wat ‘kom hier lekker koffie drinken’ zou uitstralen….

En na lekker wat ronddwarrelen, was de Space Needle natuurlijk niet te missen. Deze NASA-achtige versie van de Eiffeltoren was ooit gebouwd omdat de wereldtentoonstelling in Seatlle was. Weet nog niet of ik het mooi vind, maar het is zeker wel typerend. Toch blijft het gek om in een stad te lopen waarvan de geschiedenis, in vergelijking met Europa, net geschied is. De bezienswaardigheden zijn over het algemeen nieuw, terwijl ik zo gewend ben om naar een hoopje stenen te kijken, die vroeger een tempel moesten voorstellen.

Een dagje Seatlle was dus meer dan genoeg om de toeristische checklist af te werken, en zoals we met de boot aankwamen gingen we ook weg met de boot (duh, maar ik probeer hier een soort van sentimentele afsluiting van te maken). Langzaam veranderde de details weer in vage lijnen. Goodbye Seatlle!

11 & 12 September: Hier aan de kust 

Na weer een heerlijk avond maaltje en een half rustdagje bij Art en Lexie terug in Amerika, hadden we na al die kilometers in de auto weer extreem veel zin om de fiets op te stappen. Het gevoel dat je op een voertuig zit, die door jou spierkracht wordt aangedreven, geeft ons zoveel meer voldoening dan een beetje op je dikke billen zitten in de auto. De eerste heuveltjes op waren dan ook zeker geen probleem, we hadden namelijk weer verse benen. 

We volgen nu deel 1 van de Pacific Coast en integenstelling tot alle andere boekjes staat in dit boekje geen elevatie profiel weergegeven, dus gingen we er vrolijk vanuit dat het dan wel over het algemeen vlak zou zijn. Dat was inderdaad leuk gedacht, maar ver van de realiteit. Op en af op en af, en dat is zeker niet erg, al helemaal niet met de bijkomende uitkijkpunten op de zee, maar voor een persoon als ik, die lichtelijk autistisch kan zijn, moest ik even het knopje ‘accepteer dat je niet weet wat er gaat komen’ zoeken. Helaas nog niet gevonden….

De eerste avond dat we weer gingen kamperen, sinds een kleine week in een bed. Het overheerlijke compost toilet stond weer op ons te wachten en oh wat werd Freek daar vrolijk van…. Geen douche, dus meneer pakte weer alle bidonnen en besloot voor de huizen en alle zeeuwmeeuwen aan de kust een showtje te geven… Gekke vent, ik ging maar even doen alsof ik hem niet kende… Snel ons tentje in.

Heuveltje op en heuveltje af, ook de volgende ochtend, maar met percentages dat je benen er bij het zien al zuur van worden… Dus gewoon doortrappen, het zuur gaat ervan zelf weer uit.. OH en wat een regen, de schoenen lagen weer onder het waterpeil, want we waren een beetje te laat met de regen kleren uit de kast te pakken…

In Bremerton stond de volgende Warmshowers op ons te wachten, maar voordat we hun huis zouden bereiken moesten we natuurlijk nog aardig wat aanstaandjagende heuvels op, je moet natuurlijk wel een beetje hard werken voor je eten. Ronda en Jim hadden de garage deur al voor ons open staan zodat we zo snel mogelijk droog konden staan… En met een huis om u tegen te zeggen! Uitzicht op zee en de mooie heuvels. Mijn mond viel er van open. 

Een super sportief stel. Beide fietsen veel en waren aan het inpakken om het zuiden van Amerika te bekijken. Diner stond ook al weer klaar en Jim had de meest heerlijke Ribeye gemaakt, wat een stuk vlees, maar wat was het lekker, alles tot op het bot opgepeuzeld. 

Vancouver Island: Part 2

Na alle prachtige visjes in de zee, hadden deze twee zeehondjes wat moeite met opstaan… Dus maar even een koffietje halen bij het bedrijf wat we inmiddels sponseren, Starbucks. De plannen voor vandaag waren om wat schattige surfdorpjes te bezoeken: Tofino en Ucluelet (geen idee hoe je dit uitspreekt).

Onderweg een kleine stop gepland bij Cathedral Grove, ook wel het oerbos genoemd, hier staan behoorlijk oude en dikke bomen, die gaan tot wel 800 jaar terug, best bijzonder om iets aan te raken wat nog levend is na zoveel jaar. Voor de rest konden er rustig 10 mensen, we maken een kringetje van jongens en meisjes spelen, om de boom heen, zo dik was het. Ja ik heb zojuist een boom beledigd…. Oeps.

Eerst Ucluelet, helaas niet heel veel van gezien, want de regen kwam met bakken uit de lucht vallen en dat zorgt natuurlijk niet voor de voorwaarden voor een leuke wandeling maar…. Regenkleertjes aan en gaan. De Wild Pacific Trail, een kleine wandeling langs de kust, waar vaak naast de mooie rotsen ook veel dieren te spotten zouden zijn, maar die gingen natuurlijk met dit mooie weer lekker onder water blijven spelen, ik geef ze groot gelijk. Toch was de kust heerlijk om naar te kijken, de zee botste wild op de rotsen wat een prachtig aanzien was en waar je prima uren naar zou kunnen kijken, als je niet een zwembadje in je schoenen creëerde. Dus zo snel mogelijk gelopen en door naar Tofino. Tofino was super schattig, nog steeds regen, maar goede biertjes en patatjes maken veel goed. 

De volgende ochtend was het weer helaas niet omgeslagen en leken de andere plaatsjes aan de kust die op het programma stonden bijzonder veel op elkaar, inclusief de natte sokken en haren. Dus na alles even snel aanschouwt te hebben gingen we gewoon lekker doen waar we goed in zijn, koffie drinken. Niks beter dan een lekker bakkie, wanneer je doorweekt en bibberig bent. Dus gingen we terug naar Sidney, het havenplaatsje waar we aankwamen met de boot, om lekker te relaxen en te genieten van de regen in een leuk koffie huisje. Want regen is zeker wel fijn, maar gewoon simpelweg niet als je buiten bent. 

Vancouver Island: Part 1

Na veel te weinig onderzoek naar wat we nu eigenlijk wilde zien in deze omgeving, besloten we de veerboot naar Vancouver Island te nemen. Terug naar het mooie Canada. Art en Lexie, bij wie die nacht hadden geslapen boden ons aan om op onze fietsen te passen en ons naar de Ferry te brengen. We mochten zelfs een koffer en rugzak lenen, de schatten! 

De Ferry bracht ons naar Sidney, een super schattig dorpje 30 km verwijderd van de hoofdstad van Britisch Colombia, Victoria. Daar naar de lokale auto verhuurder. Of we de kleinste en goedkoopste auto mochten lenen. Een klein oud blauw karretje werd ons toegewezen. Je had het gezicht van Freek moeten zien, die had nu al schaamte om vier dagen in dit prachtige schroothoopje te rijden. Misschien is dat een mannen dingetje, want ikzelf had er niet echt problemen mee. 

Opeens vlakbij Victoria horen we een gek geluid en vervolgens hing de auto wel erg naar rechts… Nog geen 45 minuten op de weg en we hadden een lekke band. Helaas, daar ging onze middag. Wij als broekies durfden niet zelf de band te verwisselen en er dan terug mee naar de autoverhuurbedrijf te rijden, dus er moest iemand langskomen. Die zal ook wel gedacht hebben, domme toeristen…..

Een paar uur later waren we eindelijk in Victoria, de middag was helaas voorbij. Het enige voordeel was wel dat we van een blauw naar een rood auto’tje zijn geüpgraded, die ook een stukje sneller was. In de stad gingen we maar snel op zoek naar lekker eten om ons weer wat beter te laten voelen.

De volgende ochtend vroeg het bed uit want…… Walvissen spotten! Jeetje wat hadden we hier zin! Waren als een van de eerste bij het bedrijf dat ons mee de zee op zou nemen om deze mooie dieren te spotten… Een dik rood zeilpakkie werd ons verplicht om aan te trekken, omdat het op het water met de wind nogal koud kan worden… Geen probleem, is weer is wat anders dan een fietsbroek. 

En we hadden gelijk raak, nog geen 30 minuten op de boot en we zagen zwarte, driehoekige vinnen boven het water uitsteken. Orca’s! Ze waren lekker aan het spelen in water. De ene na de ander liet zien hoe goed hij of zij uit het water kon springen. Wat een prachtige beesten om naar te kijken. Steeds meer zwarte vinnen en mooie staarten verzamelden zich.Twee families passeerde elkaar en wij waren zowaar getuige van een theekransje. Het zijn super sociale dieren en dat was te zien ook. Ze bleven om elkaar heen zwemmen en met een recorder van de boot kon je horen dat ze met elkaar aan het praten waren. Een uur lang waren 15 Orca’s met elkaar aan het kwebbelen, ondertussen vertelde de gids heel wat over deze beestjes, hieronder wat feitjes:

Wist je dat…..

  • Orca vrouwen 80 tot 90 jaar oud worden en mannetjes maar rond de 50? De theorie hierachter is dat vrouwen al het gif dat ze ophopen tijdens hun leven kunnen uitscheiden met moedermelk en zo de toxische stoffen kunnen lozen. 
  • De zwangerschap bij deze diertjes 14 tot 18 maanden duurt. De duratie hiervan is zo lang omdat de huid van de baby’s dik genoeg moet zijn om te kunnen overleven in het koude water.
  • Orca baby’s zwart met oranje gekleurd zijn
  • Orca mannetjes, nadat ze iemand bezwangeren, terug gaan naar hun mama, want ze blijven namelijk hun hele leven bij hun moeder wonen. (Niet heel veel anders dan de mannen dus tegenwoordig, want het grootste deel van de tijd blijven mannen in het dorp of stad van hun moeder wonen, de vrouw verhuist maar weer….)
  • Alle Orca families hun eigen accent hebben
  • Ze de meest kieskeurige eters zijn, ze lusten bijvoorbeeld maar een soort zalm en eten alleen het echte vlees van de zeehond en halen de huid eraf en laten het karkas ook voor wat het is.
  • Ze al hun prooien herkennen ze via echo’s, ze kunnen dus door middel van geluid, in hun hoofd op de rader zien waar de prooi is en of het wel geschikt is als avondeten, daarom zullen ze nooit mensen eten.

Tot zover de orca’s, door naar de feitjes over de Walvis die even naast onze boot kwam koekeloeren

Wist je dat…

  • Walvissen ongeveer 14 meter lang worden
  • Tussen de 70 en 80 jaar oud worden
  • Zich het meest voeden met plankton en kleine visjes, ze zijn dus in theorie de vegetarische hipsters van de zee.
  • Een prachtig filter systeem hebben, ze nemen grote slokken water en door middel van de dikke slierten in hun mond filteren ze het eten eruit en de rest van het water en het onnodige gaat weer rustig via hun uitlaatklep de oceaan in.
  • De walvis soms wel zes maanden zonder eten door het leven gaat
  • Ze integenstelling tot de Orca’s wel moeten migreren naar warm water, hun huid is niet dik genoeg voor ijskoude wateren.

Dit was mijn werkstuk over over Orca’s en Walvissen, dank voor het lezen.

4 & 5 September: Gewoon doorfietsen

Pfoee, de wekker ging, maar geen van beide heeft deze gehoord of willen horen. We hebben rustig het klokje rond geslapen… ‘We hadden het echt even nodig’. Met het idee dat we bijna op het letterlijk platte land waren, stapten we al met we met behoorlijk zure benen de fiets op. Even een versnelinkje lager, de benen wat losgooien. Althans, dat is wat je zou willen, maar ik had natuurlijk al een keer geschreven dat wij kampioenen zijn in het timen van heuvels, dus de hoek nog niet om en ook zeker de benen nog niet losgegooid gingen we de heuvel tegemoet. Tempo’tje zero dus….

Nog geen 20 kilometer gedaan en we komen aan bij een klein café’tje met overheerlijke cappuccino’s en andere lekkernijen, dus we vonden dat we onszelf wel even mochten belonen, want zo werkt dat nou eenmaal. Als je hard werkt, moet je ook hard compenseren. Vier koffie, heel wat chocola en 2 uur later stapten we de fiets maar weer is op… Niet vooruit te branden. Maar he, het was voor het grootste deel vlak, gewoon even doorfietsen.

‘We zijn bijna bij onze rustplek’ bleef ik maar tegen mezelf zeggen de volgende ochtend. Alles deed gewoon zeer. Met alles bedoel ik eigenlijk alleen de benen en de billen. Alsof je uren naar de Opera in Verona hebt gekeken, terwijl je billen maar zaten te peinzen op dat harde gesteente daar, waar zelfs dat kussentje die je koopt, niet helpt. Zo hielp ook geen enkele fietsbroek meer tegen de blauwe billetjes.

Maar na heel wat herpositionering van de bibs, kan je het toch nog even volhouden. En je vergeet het al snel of naja je accepteert dat het gewoon niet lekker zit, tot de volgende herpositionering. Zo gaat dat dan hele dag. Klinkt lekker toch? Gelukkig kon je 30 kilometer voor de kust de frisse zeewind al voelen. In de vorm van tegenwind wel, maar oh wat deed dat ons denken aan fietsen op de hoeverweg naar Egmond. De zee is dichtbij en dat geeft een gaaf gevoel!

Zelf heb ik nog nooit de Grote Oceaan gezien, en nee, de zee zal niet anders zijn, maar wat is het een gaaf idee dat het toch de andere kant van de aardbol is, het besef dat we ver van huis zijn word voor mij daardoor aangewakkerd.

Wat verzuurde billen later, rijden we de brug op en zien we de zee. Wat een immens lekker gevoel gaf dat! De wind, de geur, het uitzicht, alles gewoon! Puur geluk, puur genieten en gewoon lekker doorfietsen naar de volgende Warmshowers, top!

3 September: Das pas een Pass 

Wakey Wakey! De laatste dag van onze bergvierdaagse is aangebroken! So Rise & Shine. Het weertje was perfect, een mooie 24 graden met hier en daar een wolkje. Eitjes werden voor ons gebakken, cappuccino’s werden gezet. Alle ingrediënten om genoeg energie te verzamelen om een berg te beklimmen. De benen redelijk stijf, maar ach het was nou eenmaal de laatste pas, voorlopig dan.

Nadat Freek het thuisfront na een maand eindelijk weer een keertje had gebeld, vertrekken we richting Diablo Lake, aan de andere kant van de berg. Vele bochten volgden, en er kwamen steeds meer bergtoppen tevoorschijn, na de eerste anderhalf uur klimmen, konden we al weer glaciers zien! Wat een uitzicht, het was helemaal niet zo erg dat we ons langzaam de berg op bewogen. De omgeving was namelijk weer adembenemend mooi, ook hier kan ik echt geen woorden voor verzinnen, maar naar mijn mening is dit de mooiste klim die ik ooit heb mogen fietsen. Tuurlijk heb je af toe een soort van ‘Pfff, wanneer is het *piep* einde van de berg daar?’ moment. Tom had ons al gewaarschuwd dat wanneer je op het einde van de klim werd ingehaald door een rode auto, je deze auto binnen no time hoog boven je op de berg ziet rijden… Wat behoorlijk demotiverend kan werken aangezien jij daar nog lang niet bent.

Nadat we de top van de Washington Pass EINDELIJK hadden bereikt en de daarbij behorende fotoshoots later, mochten we een kleinstukje afdalen om vervolgens nog een klein stukje te klimmen op de Rainy Pass. Tom had ons voorzien van een echt wielrenner gelletje. Die moesten we innemen tegen het einde van de pas, zodat we genoeg energie zouden hebben. Ik heb nog nooit zo iets goors naar binnen gewerkt, die smaak , die substantie, BAH! Hoe doen wielrenners dit, zonder ook maar een vies gezicht te trekken? Maar ach, alleen het idee dat het zou helpen om me de berg nog een keer op te krijgen, was welkom. Zwei fingern in die Nase, die Rainy Pass, stelde echt precies niks voor in vergelijking met de rest van de pas. Lekker!

Afdalen, ja, de ultieme beloning waar we hard voor hadden gewerkt. Een lang uitgestrekte afdaling, om even lekker uit te rusten. En we rollen zo naar het Diablo Meer, een meer dat gletsjer slib bevatte, dus drie maal raden welke kleur die had. Inderdaad, machtig mooi blauw/turquoise.

Eenmaal op de camping hebben we gegeten, de tent op gezet en om negen uur ging het licht uit, wat een dag!

1 & 2 September: Wild Wild West

Terwijl ik dit aan typen ben, merk ik dat de maand augustus voorbij gevlogen is! September! Dat betekend dat we alweer een dikke zes weken onderweg zijn! De scholen gaan weer beginnen en wij, wij zitten nog steeds lekker op ons fietsje.

De ochtend na de gekke Amerikaans kermis vertrokken we van onze geïmproviseerde campingplek, gelukkig, want de Amerikanen in Republic gingen rustig door met al die gekke spellen. Op naar pas twee van de vier: Wauconda Pass. Een klein pasje met een rustig valsplat karakter, was heel goed te doen en leek heel makkelijk in vergelijking met de bergpas van gisteren. Et Viola, voordat we het wisten waren we op het hoogste punt. Een klein beetje afdalen naar een café voor de lunch, helaas was dit cafe veranderd in een postkantoor, maar waren de mensen wel zo vriendelijk om ons buiten op hun picknicktafel een broodje pindakaas te laten eten. Onze dank was groot.

Voordat we ook maar enigszins iets doorhadden, verdwenen de bomen om ons heen en werd er plaats gemaakt voor een echte westernse filmset. Droge akkers, ruige struiken en een hoop roofvogels die boven onze hoofden zweefden met oneindig veel heuvels en bergen in onze panorama view. Iets wat ik nog nooit in mijn leven heb gezien. Alles was leeg en kaal maar ook zo mooi tegelijkertijd. Misschien genoot ik er ook wel extra van omdat we zo naar camping rolde. Op de camping aangekomen, keken we in ons stuurtasje en bleken we geen contant meer op zak te hebben. Voor de eigenaar maakte dat niks uit, we zagen er zo vermoeid uit dat we van hem gratis mochten camperen, wat een schat!

Met reeds vermoeide benen begonnen we zondagochtend aan onze derde pas. Loop Loop Pass. Ook al rijmt dit erg op Whoop Whoop, stonden we beide niet echt te juichen om te gaan klimmen in dit Quinten Tarantino landschap. De zon scheen vol op onze rug en tijdens het eerste deel van de pas waren er geen bomen om ons hier een klein beetje tegen te beschermen.. Pfoee, met rode koppies en zweet op plekken waarvan ik niet wist dat je er kon zweten, trotseerden we de hitte op de pas. Een goede motivatie was wel dat we vanavond alweer een echt bed zouden hebben!

Na een klein stukje afdalen, mochten we weer omhoog, de bomen in! Heerlijk, de schaduw van deze mooie groene gewaden maakte het allemaal wat makkelijker voor ons. En zo hebben we ook berg drie van de vier netjes bestegen. En zodra je de gele borden met een tekening van een vrachtwagen en het dalingspercentage ziet, weet je dat gewoon even lekker mag relaxen. Aan de andere kant van de berg was het minder zonnig. De reden? Je raad het waarschijnlijk al, opnieuw een grote bosbrand….. Gelukkig moesten we voor onze route naar rechts, weg van de rook.

Een uurtje later komen we aan in Wintrop, een klein schattig HEEL Western dropje, je weet wel, met van die houten huizen. Onze Warmshower hosts waren Tom & Carolyn, twee lieve zeventigers, die zelf al heel wat van de wereld afgefietst hebben. Tom een echte grappige Amerikaanse vent met een prachtige grijze dikke snor. Carolyn een veel te lieve vrouw, die gelijk allemaal lekkere snacks voor ons klaarmaakte. Wat waren we weer welkom. Dat is zo’n ontzettend fijn gevoel. En alle woorden die ik kan bedenken hiervoor, doen daar een tekort aan. Gastvrijheid, op dat gebied kunnen Nederlanders nog zeker wat leren van de Amerikanen, ook al is dat misschien wel het enige…..

De 2000 km gepasseerd!

31 Augustus: Kermis te Amerika

Na weer een lekkere nacht in een echt bed, zou vandaag de dag zijn dat we weer sinds 1 á 2 weken (ik heb geen besef van tijd meer) een echte bergpas zouden befietsen. Onze lieve Bev, zou ons afzetten onderaan de berg, maar niet voordat we genoeg gegeten hadden om deze fysieke uitdaging aan te gaan. Proteïne Shakes, bananenbrood en onze eigen havermout. Nou als het dan niet gaat lukken weet ik het ook niet..

Het eerste deel van de Shermann Pass was eigenlijk heel lief. Ging rustig omhoog, niet te steil, bijna geen bochten, zelfs af en toe valsplat. Maar na onze eerste anderhalf uur de berg op werd het een ander verhaaltje. Steeds steiler en bij iedere bocht kreeg je het idee dat je op het hoogste punt zou zijn. Maar na iedere bocht stond er weer een ander leuk klimmetje ons uit te lachen. Maar prima, met een beetje doorzettingsvermogen kwam je er wel door heen. Maar goh, ik begon me wel eens af te vragen wat er nou allemaal in mijn tassen zat, wat zo zwaar zou zijn. Heb namelijk het minimale qua kleding ingepakt, en ja dat is soms te ruiken ja, maar misschien moet ik maar iets minder eten kopen, wanneer ik weer eens hongerig in de supermarkt sta… 

Als je eenmaal aan de afdaling begint, ben je bijna weer vergeten dat je een berg beklommen hebt, totdat je je beentjes weer moet aanzetten voor een tussentijds heuveltje…. Maar ach, binnen no time waren we beneden in Republic. Een klein schattig dorpje, waar toevallig onze camping die we voor ogen hadden geterroriseerd was door ‘Labor Day weekend’ en de Fairy, wat kermis betekent. Gelukkig was er tussen alle campers nog een heel klein plekje vrij voor ons tentje. Waar we de vorige keer de kermis dus net gemist hadden bij Latimer in Eureka, hadden we nu de jackpot gewonnen. We sliepen praktisch gezien op het kermis terrein.

Om zes uur begon de bende van ellende. Eerst een soort lied waarbij alle veteranen en militairen mochten gaan staan om vervolgens een hard applaus te krijgen, wat we persoonlijk nogal overdreven vonden, ik bedoel ja het is heel mooi wat ze doen of hebben gedaan, maar ze hebben er ook zelf voor gekozen. Als eerste mochten de kinders, wie het langste en beste om een rennend schaap bleef hangen. Hilarisch schouwspel, want sommige kinderen vlogen er natuurlijk zo af en andere hadden het idee dat ze op een echte stier aan het rijden waren… Gelukkig droegen ze allemaal een helm, want oh dat beschermt natuurlijk ook tegen al het letsel van de rest van het lichaam. Daarna iets met paarden en zo snel mogelijk om pionnen heen draaien, was ook leuk maar toch echt minder leuk dan kinderen vastgekleungeld aan een schaap. En last nu tot least, het echte stier rijden. Opgefokte stieren die hun achter werk zo vaak mogelijk omhoog wiepen om de persoon op hen eraf te krijgen. Bah, wat een gevaarlijke sport. Dood eng. Je zag gewoon al het speeksel uit de mond van de stier heen en weer vliegen, op het hondsdolle af. De meeste van de mannen met cowboy hoeden en leren broek hielden het niet lang vol, wat niet gek was natuurlijk…. Crazy Americans…… 


29 & 30 Augustus: Back on track

Daar gingen we weer, na twee daagjes relaxen met de beentjes omhoog, gingen de beentjes weer de fiets op. Weer eventjes wennen de eerste paar kilometers, maar we hadden een prachtig parcour zonder echte grote heuvels, hoogstens wat valsplat, om in te komen. En dankzij Rick, die ervoor zorgde dat we hem om half acht moesten uitzwaaien, zaten we voor het eerst tijdens onze reis om acht uur op de fiets. En om eerlijk te zijn, beviel dat best goed. Moet ook wel zeggen dat het weer nu behoorlijk mee zit, want anders is het best koud, zo vroeg in de ochtend (nee grapje, we zoeken gewoon iedere keer een excuus om ons om te draaien in onze slaapzak, want och jongens wat zijn we slecht in vroeg opstaan (met we bedoel ik Freek). 

De Pend Oreille River was onze blauwkleurige, stromende compagnon voor 125 kilometers lang. Genietend van al het moois wat de omgeving weer te bieden had, kwamen we ook nog even langs een extra mooi stukje natuur: Ruby Mountain. Toch wel echt een van de mooiste bergen die ik de afgelopen heb gezien… It’s all in the name, denk ik zo maar.

Eenmaal aangekomen in Ione, een niet al te flatteus dorpje, probeer ik twee cappuccino’s te bestellen bij de Coffee drive through. De lieftallige dame in het hokje had geen idee waar ik het over had, maar uiteindelijk kreeg ik het toch voor elkaar om twee grote pakken Campina (dit is geen sluik reclame voor de oom van Freek) met koffiesmaak mee te nemen. 

Het RV park was geweldig, we werden ontvangen door de meest schattige Hells Angels rijder, Gab. Een prettig gestoorde vent, die er alles aan deed om ons verblijf op ZIJN RV park zo goed mogelijk te maken. Uit de garage haalde hij twee lekkere zitstoelen voor ons, hij zorgde dat er een koelbox tevoorschijn kwam en in de ochtend zou hij een potje koffie voor ons zetten. Wat een schat van een vent!

Zo gezegd, zo gedaan. De volgende ochtend stond er een grote pot met koffie voor ons klaar! Helemaal top, lekker begin van de dag! Op naar Colville, waar de volgende Warmshowers ons kon verwelkomen. Een klein pasje van 8 kilometer, was een goede oefening voor de komende dagen. Want er staan maar liefst vier passen op ons te wachten en die zijn allemaal wat langer dan dat. Shermann Pass, Wauconda Pass, LoopLoop Pass en Washington Pass. Elke dag 1, dat wordt nog even bikkelen….

In Colville worden we opgehaald door Bev, een super sportieve fietsfan en we konden de fietsen achterop de fietsendrager zetten. In eerste instantie hadden we het idee dat we wel naar haar huis konden fietsen, maar na mate we de snelweg verlieten en de heuvel opgingen, begonnen we het te begrijpen. Bijna mission impossible om haar huis met de fiets te bereiken. Maar een paleis van een huis stond boven op de heuvel, ergens in de middle of nowhere, met een uitzicht alsof je in een vakantiehuisje in Oostenrijk zat. Wauwie. Haar man Rich, van Italiaanse afkomst, zat binnen lekker Grey’s Anatomy’s te kijken, top vent, en daarbij had hij ook nog een heerlijk maaltje voor ons gekookt, en o wee als we ook maar een vinger uitstaken om te helpen. Dus tegen onze zin in, gingen we maar even relaxen.

Tijdens het eten, babbelde we er op los en een van onze favoriete onderwerpen kwam ter sprake. Trump. Over het algemeen is de staat Washington tegen trump. Maar Bev had een hele interessante kijk hierop. Ze haat hem niet, ze heeft juist het idee dat Amerika wakker wordt geschud. Met name de jongere generatie, voorheen interesseerde jongeren zich niet echt in de politiek, maar dat begint door deze grapjas steeds meer te komen. Daar is ze blij mee, want er zal iets moeten gaan veranderen in dit land, wil het niet ten onder gaan vanwege het eigenwijze karakter.


26 tm 28 Augustus: Met de beentjes omhoog

Na een heerlijke nacht uitrusten op bed in het veel te dure motel gingen we opweg naar Sandpoint, de eindbestemming van route boekje nummer 3! Lekker. 50 kilometertjes, met wat heuveltjes en valsplat. Prima te doen. En links van ons was het uitzicht ook niet verkeerd. Je raad het waarschijnlijk al….. Een groot meer! Zodra we het stedelijke beton infietsen, zien we dat deze stad gewoon een fietspad bezit! Dat is wel zo fijn met alle grote trucks naast je, alleen dit keer met een mooie barrière ertussen in plaats van een witte streep, die ons zogenaamd zou beschermen.

In Sandpoint zelf gingen we weer op een zoektocht naar de beste cappuccino in de stad. Panhandle Coffee & Cone. Net optijd bereikt, want zodra we binnen stappen, begint het buiten te gieten. Genietend van de heerlijke koffie, gaan we opzoek naar een Warmshowers. Niks in Sandpoint zelf helaas, maar een super leuk stel Rick & Julie, die een uur fietsen verder woonden, wilden ons wel verwelkomen. En hoe! Eenmaal aangekomen bij hun mooie huisje kunnen we zo aanschuiven aan tafel tijdens een gezellige dinetje met hun vrienden. Super leuk! Na een heerlijke avond met spaghetti en rode wijn, duiken we alweer heerlijk een echt bed in!

De volgende ochtend kregen we het voor elkaar dat er weer pannekoeken voor ons gebakken werden. Rick had daar nog wel even tijd voor, hij is namelijk een basisschool leraar en had nog wat vrije dagen! Jammie, Jammie. Met zijn drieën gingen we nog even de stad in. Wij (hiermee bedoel ik Freek) hadden natuurlijk nog nieuwe slippers nodig, dus dat kwam mooi uit. Als tegenprestatie voor het comfortabele bed, hielpen we Rick even met wat boeken tellen en uitpakken op de basisschool. Wat een nostalgisch gevoel, kleine tafeltjes, een wereldkaart, een leeshoekje en natuurlijk de super coole puntenslijper waarvoor je vroeger graag naar voren liep in het klaslokaal.Wat een sentiment!

Onderweg naar de stad had Rick het even gehad over een soort fietstocht die vanavond plaats zou vinden. The Full Moon Bike Ride. En zoals de naam al verklapt was het vanavond dus volle maan. Wat houdt deze tocht in? Er wordt eerst een biertje gedaan bij een bepaald begin punt om vervolgens met 200 a 300 man op de fiets 10 kilometers in het donker door de stad te rijden. De route? Maar één persoon in de hele stoet weet welke weg er gefietst gaat worden. Het eindpunt? Een plaatselijke bar, waarvan dus ook niemand weet welke. Na heel wat getwijfel, besloten we na het super enthousiaste praatje van Julie toch de fietsen in de truck te laden en samen met Rick & Steve (een van de vrienden van de avond ervoor) tijdens volle maan te fietsen.

Nog nooit hebben we met zoveel mensen in een stoet in de avond gereden. Iedere rotonde moest minimaal twee keer gepasseerd worden. Wat een super leuk gezicht om alle lichtjes te zien verplaatsen. En het eindpunt? De nieuwe brouwerij in de stad, alweer tijd voor een biertje, he bah wat vervelend. Wat een ervaring. Ik denk dat ik ook maar een Full Moon Bike Ride ga beginnen als we terug zijn in Nederland. Maar dat zou dus eigenlijk gewoon neer komen op een kroegentocht tijdens de volle maan…

De volgende ochtend was het het idee om verder te gaan fietsen. Maar au au au, wat voelden de beentjes zwaar en wat lag het bed lekker. ‘Zullen we nog maar een rustdagje nemen?’. Er werd immer goed voor ons gezorgd en we voelde ons ook zo thuis bij deze twee super vriendelijke mensen. ‘Waarom niet?’ En het mocht ook nog eens van deze twee lieverds! Dus hoppa beentjes weer omhoog en lekker relaxen. Zo gezegd, zo gedaan, totdat Julie thuis kwam. We gingen een spelletje spelen. Een frisbee, twee pvc buizen met daarop een leeg bierflesje waren de benodigdheden. En je moest ook een drankje in de hand hebben. Twee tegen twee. Je kreeg 3 punten als je in een keer het flesje op de rond liet vallen als je het met de frisbee raakte. 2 Punten als de paal geraakt werd en het flesje dan op de grond viel en 1 punt als je de frisbee niet ving, terwijl dit eigenlijk makkelijk had gekunt. Helaas kon je wel merken dat Julie & Rick hier een stuk geoefender inwaren dan wij….

En zo hadden we een heerlijke avond nog en doken we al uitgerust het bedje in, op naar dromenland!

24 & 25 Augustus: Kilometers maken

Nog niet het dorp uit of de wind behaagt ons al van voren. Dat wordt nog even flink doortrappen…. Gelukkig hadden we een meesterlijk ontbijt gekregen van onze keukenprinses Latimer. Pancakes! Tot aan de misselijkheidsgrens hebben we ze naar binnen gepropt, alsof we een week geen eten hadden gehad…. Wat totaal niet waar was natuurlijk, wij eten onze maagjes wel rond. En fietsen ze vervolgens weer plat. Dus voor de eerste drie uur hadden we in ieder geval genoeg brandstof om tegen de wind in te gaan. Lake Koocanusa, was voor 80 km lang ons uitzicht op rechts! Opnieuw een beetje Italië in Noord-Amerika. Heerlijk. Op het elevatie profiel, dat leek op een zaag en de tegenwind na. Maar muziekje in en gaan! De naam Koocanusa is dus een combinatie van Kootenai, het park waar we ons bevonden, Canada en natuurlijk last but not least the USA. Leuk bedacht hoor!

In de eerste drie uur maar 38 km weggetikt… Hmm, Dat zal de tegenwind wel zijn….. Maar ja als er tegenwind is op de fiets, heb je ook een beetje tegenwind in je hoofd. Dus het tweede deel met muziekje op vloog zo voorbij en toen was het nog maar half drie en hadden we 75 km gedaan, kijk eens aan. We voelden ons goed, dus we besloten door te gaan naar het eerst volgende dorpje, Libby.

Et Viola om kwart over vijf kwamen we aan bij de fietsenmaker na 115 kilometers (pffff), want Freeks fiets had weer wat probleempjes, het achterwiel zat wat losjes en zelf aandraaien ging niet. Achteraf was er iets aan de hand, dat we (ik bedoel hiermee Freek) inderdaad niet zelf hadden kunnen repareren. Alles weer vast, rolden we zo de plaatselijke brouwerij binnen voor een lekker IPA’tje dat we direct voelden in onze benen. We besloten het maar om bij 1 biertje te houden….

Wakey, Wakey! Met de frisse ochtend temperatuur van maar liefst 10 graden, gingen we met hoofdwarmers op, richting Clark Forks, een andere 115 km! Nu we toch lekker bezig zijn. De eerste 40 km waren zo voorbij, alleen was het restaurant waar we gepland hadden om wat te eten pas om twee uur open…. Dus gingen we maar ongegeneerd op hun gesloten terrasje broodjes pindakaas wegwerken.

Het tweede deel viel enorm tegen, de billetjes begonnen te verzuren, de beentjes niet. Maarja je kan moeilijk de hele tijd staand fietsen… Dus niet piepen en doorfietsen zoals Freek zou zeggen. Gelukkig was de omgeving weer om te zoenen; beekjes, bossen en herten. En dat uitzicht gedurende die kilometers, totdat de alternatieve route naar de camping opeens overging van asfalt naar gravel…. Blegh. Lekker met 10 km per uur de heuvels op en af… En alle auto’s die ons inhaalden, lieten enorme stofwolken tot leven komen. Vervolgens bleek de camping gesloten te zijn. Balen! Door naar downtown. Geen camping in de buurt helaas dus toen hebben we een echt bed moeten opzoeken. Niet erg voor het lichaam, maar wel voor de portemonnee. Maar oh wat een lekker bedje!

23 Augustus: Eureka!

Na een ochtend en avond vol gezelligheid, stapten we weer de fiets op. Op naar Eureka. Ja inderdaad Eureka, dat is datgene wat je zogenaamd moet zeggen als er iets van een wonder geschiet. (Maar ik zie het niet voor me dat er bij iedere bevalling een vader aan de kant ‘Eureka’ staat te roepen als zijn kindje geboren wordt.) Een mooie rit die ons langs de de oude wegen in de dorpjes leidde. Of beter gezegd door het hertenkamp. In bijna iedere tuin stonden wel één of twee hertjes. Leuke beestjes, ze zijn niet snel bang, maar lijken dat op de een of andere manier wel. Of ik ben toch iets te veel beïnvloed door Disney’s Bambi. 

In Eureka deed onze tweede WarmShoweres host, Latimer, als een keukenprinses de poort open. Schort om en handen onder het deeg, en de geur van versgebakken brood was te ruiken. Toen we binnen kwamen lag er al een luchtbed met echte kussens voor ons klaar, gereed om zo in te duiken! Op de muur hingen allemaal posters van ski gebieden, start nummers en medailles. Een echte outdoor liefhebber, In de rest van het huis waren naast Ski latten ook drie racefietsen, hardloopschoenen, helmen, kanospanen, hike rugzakken aanwezig. Een liefhebber van beweging, daar houden we van!

Latimer wou ons in eerste instantie meenemen naar de plaatselijke kermis, alleen was hij even met het programma in de war, want morgen zou pas de echte entertainment zijn. De kinderspelen. Ieder jaar gaat hij hier graag heen om te zien wat voor belachelijke spelletjes de kids moeten doen om 5 dollars te winnen. Als eerste is er het eieren overgooien, dat is nog redelijk onschuldig. Als tweede spel worden er kippen losgelaten in een ren en daar zit een speciale kip bij en degene die die vangt, wint. En dan voor de wat oudere kinderen wordt er gewoon rustig een stier losgelaten die een lintje om zijn staart heeft, en ja spoiler alert, die moeten ze zien te grijpen… Nou dat lijkt me nou ook niet echt een veilig spelletje.. Maar wel goed entertainment! En als klap op de vuurpijl is er voor de volwassen de kruiwagen race. Eentje in de wagen en de ander als rijder. De meeste onderschatten hoe zwaar dit is en kieperen zo hun vrouw, vriend of man eruit. Jammer dat dit helle spektakel morgen is… Voor nu gewoon lekker samen eten.

Toen we vroegen hoe latimer Amerika eigenlijk vond, zei hij gelijk dat hij naar Canada wilde verhuizen… Dat grotendeels komt door de goede zorg en over het algemeen zijn al dat soort dingetjes daar beter geregeld. Het is en blijft voor ons ondenkbaar dat iemand door middel van een operatie op straat komt te staan… Dan ben ik maar weer al te blij dat het hele zorgsysteem in Nederland er over het algemeen voor zorgt dat we een dak boven ons hoofd houden.. Het eigenrisico is echt niks vergeleken met een bezoekje aan de huisarts in Amerika, echt niks. Ook is het zo dat Latimer met de ambulance wel eens mensen naar de Canadese grens rijdt, die daar dan over worden genomen. Want de zorg is in Canada gewoon stukken goedkoper…. Nu maar hopen dat ons niks overkomt, anders moeten we straks een schuld afbetalen die groter is dan mijn zes jaar lenen van Ome Duo.

22 Augustus: Todds Tuin

Een kort gemakkelijk dagje op het programma.. Lekker na al dat omfietsen. 60 kilometertjes, dat zijn de betere getallen. Het eerste deel nog lekker een beetje afdalen naar Columbia Falls. In dit plaatsje konden we overstappen van het boekje Great Parks North naar het boekje Northern Tier. Op naar het westen! En op zoek naar WiFi, dus dan maar de afgrijselijke PizzaHut in, voor de eerste keer. Achteraf was de WiFi net als de pizza’s net niet goed genoeg. Dus weer geen blog online kunnen gooien, Jammer! Dus op naar Withefish, een iets groter plaatsje.

Omdat we voor het eerst deze reis kennis hadden gemaakt met gravelwegen, konden we gelijk door naar de fietsenmaker. Eigenlijk was het meer toeval, want we hadden zin in koffie en dit café was een koffieshop en fietsenmaker in een. En al daar kwamen we er achter dat één van Freeks spaken gebroken was. En niet alleen dat was even een tegenvallertje, maar ook één van Freeks slippers was door al dat gehobbel ergens op de weg kwijtgeraakt. Gelukkig zaten we al bij de fietschirug. Dus tijdens de operatie van de Koga Miyata, konden wij mooi een kopje koffie drinken en onze eerste WarmShowers regelen.

Todd was de naam van de vriendelijke meneer die ons toe liet in zijn achtertuin en huis. En de douche was om u tegen te zeggen, zo geweldig. Het was namelijk alweer twee dagen geleden sinds we een echte douche hadden gehad, genieten. Toen de avond vorderde druppelden er meer fietsparen binnen, een Nederlandse en een Belgische. Alsof er een kleine reünie van de lage landen in Todds tuin plaatsvond. Lachen!. Beide stellen fietsen de Great Divide Mountain Bike route. Deze route volgt de Continental Divide en is als zwaarste aangeschreven door de Adventure Cycle Association. Geen echte wegen, grootste deel aleen maar bospaden, gravel en gewoon grond. En dat ook nog eens met zwaardere fietsen…. De enige reden waarom ik die route zou willen doen, is vanwege de autovrije omgeving…. En zo ging Todd met 6 Lage Landers mee uiteten. Ben benieuwd wat hij over ons dacht, aangezien we soms ongegeneerd in het Nederlands bleven praten, zonder dat we hier eigenlijk erg in hadden. En er werd nogal veel gekletst! Alle informatie over de beste soorten pannekoeken, ontbijtjes en tips en tics werden uitgewisseld. Erg leuk om wat ‘soortgelijke’ te ontmoeten!

En na alle gezelligheid doken we met zijn allen vroeg het bed in, want tja je bent en blijft toch een fietser.

20 & 21 Augustus: Een blokje om

Regen tikte op onze tent…. Yes! Misschien wordt het vuur rondom de Logan Pass gedoofd. Top excuus om even wat uurtjes extra in de slaapzakjes te luieren. Eenmaal bij het visitors center aangekomen, worden we helaas teleurgesteld. Het vuur is zelfs met dit Nederlandse weer nog steeds langs de weg aan het branden. We kunnen er niet over, we kunnen er niet onderdoor, we moeten er omheen. Een geïmproviseerde route. En met geen idee wat voor hoogte ons te wachtten stond, vertrokken we met goede moed. Het was koud, uit het niets was het nog maar 12 graden, dus in vol gewaad zaten we op de fiets. De weg begon steeds meer te lijken op een pas. Oh oh, na iedere bocht hoopten we een afdaling te besporen, helaas, alleen maar bergopwaarts. Na twee uur klimmen, mochten we een beetje gaan dalen. Het leek wel winter, zo koud. Wat waren we toen blij dat we weer mochten klimmen om het weer wat warmer te krijgen. Heuveltje op en heuveltje af, zo ging het een uurtje verder, totdat er opeens een 5 mile lange constructie in onze weg stond. Blijkbaar stond er ergens langs de weg dat motorcyclists een alternatieve route moesten zoeken, vallen wij daar ook onder? Want no way dat onze fietsen door die modderige toestand konden. De oplossing? De fietsen mochten in achterbak van de ‘volg wagen’ die de andere auto’s door de constructie leidde. Eindstand? We waren allebei nog steeds besmeurd met modder, omdat de fietsen er moesten worden ingetild en de wagen natuurlijk ook gewoon onder de blubber zat…

Na de constructie stond de volgende klim ons al weer op te wachten. Als je rechts van je keek, keek je zo de afgrond in. Als er van twee kanten auto’s kwamen was het ook wel even billen knijpen… Maar het uitzicht was prachtig. Een groene vallei, een prachtige gletsjer en nog meer bergtoppen om even met je gedachten in te vluchten. Deze omweg was nog niet zo verkeerd, wel zwaar, maar zeker niet verkeerd. En daar was het dan eindelijk, de weg die ons zo naar beneden rolde. Gelukkig, want de kracht in de benen begon op te raken, ook mijn geduld trouwens.  Met bevroren teentjes a.k.a. Ijspegeltjes stapten we de tent in voor ons schoonheidsslaapje. 

Zon! Het eerste wat ik opmerk zodra de wekker ging. Mooi, dat zou betekenen dat de weergoden ons vandaag goed gezind zouden zijn. En jawel, lekker fris, maar met zonnestraaltjes op de huid, voelde het goed aan. Ons kaartje vertelde ons dat we de Marias Pass zouden beklimmen. Voor ons was dat maar twee heuvels en 20 kilometer, dus we begrepen niet zo goed waarom dit nou een bergpas genoemd werd, totdat we overstaken naar de andere kant van deze pas. Alles wat we gisteren geklommen hadden ging nu naar beneden. Waar we gisteren vijf uur hadden gedaan over 50 kilometer, deden we nu deze afstand in maar liefst twee uur. Zonder al te veel moeite konden we genieten van alle prachtige natuur om ons heen. Rotsen, turquoise kleurige rivieren, en weer zeeën van golvende naaldbomen. Zonnetje in de rug en gassen maar. Huppa, na 95 kilometer komen we weer op de originele route terecht. De schade valt mee, hebben het gelukkig weten te beperken tot 1 extra fietsdag. Morgen weer back on track!

Toen het net donker begon te worden, zagen we in de verte een gek lichtpuntje. Wat zou dat zijn? Niet veel later breidt het licht puntje steeds verder uit. Vuur. Je kon het per boom over zien slaan. Dan lichtte het even wat feller op en een minuut later gebeurde precies het zelfde. Dit was goed te zien omdat het spektakel maar 7 kilometer van ons verwijderd was, aan de andere kant van het meer… Opnieuw gaaf om mee smaken, maar oh zo triest om te zien.  

17 & 18 Augustus: Wild, Wild Waterton

Boem. De eerste 40 kilometers waren binnen twee uur weggefietst. Lekker! De benen waren wel licht vermoeid maar dat kan ook niet anders als je door alleen maar heuvelachtig landschap fietst. Net Noord-Frankrijk, alleen iets minder hooibalen, maar net zo wijds. Het gras was wel groener hier in Canada. De reden dat we met de heuvels toch nog binnen twee uur kilometertjes hadden gepakt, kwam door onze grote vriend meewind. Eenmaal aangekomen in het eerste grote dorp in niemandsland, stond er een grote verrassing op mij te wachten. De aller eerste WalMart van de reis. De grootste supermarkt die je tegen kan komen. Groter dan de Supermarches’s in Frankrijk en daarbij bezit het alle soorten dingen die je kan bedenken. Van worteltjes tot TV’s en van onderbroeken tot couscous. Ze hebben alles. Dus na dik een half uur rondjes lopen had ik eindelijk alle boodschappen die we nodig hadden. 

En toen draaide de route een kwartslag, en hadden we dikke zij/tegen wind en het heuvelachtige Frankrijk zette zich maar voort. Hard werken. Je was de ene heuvel nog niet op, of je zag al weer de volgende die je mocht beklimmen. Ik kreeg echt het gevoel dat we iedere keer een heuvel op gingen en een heuveltje af… Maar met een muziekje in de oortjes, werd het een stuk dragelijker. Iedere keer deed ik maar weer net alsof ik een spinningsklasje aan het volgen was in de sportschool. En een, en twee, en een, en twee. Voordat ik wist waren we al weer twee heuvels verder!

In de laatste 25 kilometer van de dag, verruilde Frankrijk zich voor een steppe achtige omgeving. Ik had het gevoel alsof op de bergtop de doop van Simba had plaatsgevonden en dat vanuit ieder groepje bomen of struiken Timon en Pumba tevoorschijn konden komen. Prachtig. De stukken waar beekjes stroomden waren een stuk groener en hierboven vlogen dan ook grote roofvogels op zoek naar hun avondeten. 

Op de camping aangekomen, kunnen we niks meer. Beide kapot, gesloopt door de heuvels. De benen bleven maar tintelen toen we eenmaal in bed lagen. Maar oh, wat een gave rit.

Deze ochtend lekker rustig aan gedaan, want het is immers weer weekend! Vandaag een kleine 20 kilometer naar Waterton. Een gigantisch groot meer omringd door bergen. Toen we weer een stukje door de Savanne hadden gereden kwamen we aan. Alleen het zicht rijkte niet ver. De rook is zo heftig. Er zijn echt in ieder National Park bosbranden. Zo had een mevrouw ons ook getipt dat de weg waar wij de komende dagen over heen zouden gaan is afgesloten. Dat wordt dus een kleine omweg over de highway…. Gezellig!

19 Augustus: Bye Bye Canada

Weer vijf kilometers op de fiets en uit het niets zie ik Freek stoppen en hele gekke bewegingen maken, wat gebeurt hier? Naar mate ik dichterbij kom, snap ik waarom Freek van die gekke moves aan het maken was. Een zwarte beer op 3 meter afstand. Wat gaan we doen? Pakken we de BearsSpray? Maken we ons groot? Nee hoor, het kleine lieve teddybeertje ging gewoon rustig verder met blaadjes eten, en wij dus rustig verder fietsen. Pfoe

Rustig verder fietsen was het zeker want twee grote beklimmingen stonden op het programma, voordat we de douane zouden bereiken. Met tempo’tje zero kwamen we aan bij de grens. De Canadezen zwaaiden ons lachend toe en de Amerikanen wachten ons gewoon op. Meneer 1 van de douane nam een rustig kijkje in onze paspoorten en vroeg ons waar we vandaan kwamen. Jasper, meneer. Vervolgens vroeg hij waar dat lag, wij dachten dat hij een grapje aan het maken was, maar hij was bloed serieus. ‘Waarom zou ik iets vragen als ik het al weet?’ Oepsie, volgens mij hebben we zojuist meneer 1 beledigd.

Op naar meneer 2, die de stempeltjes in onze paspoorten zou zetten. We openen de deur naar het kantoortje en het eerste wat opvalt is dat er en foto hangt van Donald J. Trump, met daarnaast een 9-11 memoriaal. Je zou het je toch niet kunnen voorstellen dat wij bij iedere grensovergang een foto van onze gekke Willem en mooie Maxima hebben hangen, met daarnaast een foto van onze nuchtere Mark Rutte…. Maar goed nadat alle vingers weer gescand waren en onze portret foto’s ook weer waren upgedate kregen we onze stempel. Oja, en of we wel even 12 dollar hiervoor wilde wegleggen. Dus toen we vroegen waarvoor we moesten betalen, waren de poppen aan het dansen. Het was ons zojuist gelukt om ook meneer 2 te beledigen.

De weg daarna leidde ons in, in het overmatige, geweldige, mooiste, beste, grote land, Amerika. Waar iedereen dik is en vol van zichzelf… Geen idee of deze steriotypering waar is, maar we gaan het zien. Voor vandaag had Amerika iets anders in petto voor ons. Koeien, en niet zo’n beetje ook. Het was bijna een wedstrijdje; wie kan het beste koeien ontwijken, en geen van ons beidde was er een super ster in. De ene koe was natuurlijk nieuwsgieriger dan de ander, dus was het ook iedere keer spannend of ze wel of niet op je af gingen komen… Nou Martha 1 had er zin, die kwam met een galante pas onze kant op. Even een sprintje trekken dan maar.

Het eerste dorpje wat we passeren, was volgens Freek typisch Amerikaans. Een weg, een gemakswinkel, een tankstation en that’s all. Gezellig… Dan maar zo snel mogelijk door naar de camping. Wat gezelligheid opzoeken.

16 Augustus: Crowsnest Pass

Yes, het is gelukt. 9:30 verlieten we de airbnb. Weer een uurtje eerder. Gaat de goede kant op! Oh en het is zo lekker ochtend fris. Een klein beetje dauw, rondom alle bergen en valleien, waar het zonnetje zo mooi doorheen schemerde. Zo kreeg het landschap wat we passeerden een soort schilderij achtige belijning. We gingen als een speer. De beentjes voelde goed. Zal waarschijnlijk komen doordat we weer een keertje in een echt bed hadden geslapen. Na anderhalf uur al 30 km in the pocket, niet slecht als je je bedenkt dat alles valsplat omhoog ging. Zo kwamen we aan bij onze eerste Tim Hortens, de Mac Donalds onder de koffie en ontbijtjes in Canada. Zoals waarschijnlijk ook in Amerika, was de small koffie al gauw een halve liter. Maar smaakte zeker niet slecht!

Het omhoog klimmen werd vervolgd om opnieuw de grens van Britisch Columbia – Alberta te passeren. De zogenaamde Crowsnest Pass. Voor ons inmiddels een eitje, ging heel geleidelijk aan en was maar 4,665 feet. Eenmaal de bocht om, de afdaling in, kwamen er weer uit het niets blauwe meren en mooie bergen tevoorschijn! En we konden ze zelfs zien! Want met de rook van alle bosbranden hier, missen we helaas heel wat bergtoppen. Maar deze niet! Het leek alsof de gordijnen van bomen die we de afgelopen dagen alleen maar langs de we hadden gehad, werden geopend. Je kon alle natuur om je heen observeren, en niet alleen het gene wat recht voor je fiets uit te zien was. Heerlijk gevoel. Inmiddels was er nog iets geks gebeurd wat we nog niet hadden gehad sinds ons vertek in Jasper. Windje mee! Genieten dus!

In de laatste kilometers van vandaag, kwamen we nog iets bijzonders tegen. The Franks Slide, noemen ze dat hier. Deze Slide klinkt in eerste instantie heel leuk, maar verwijst naar een van de ergste natuurrampen die Canada heeft meegemaakt. In 1903, kwamen er door ernstige wind gigantisch veel en grote stenen los van de berg, die allemaal richting het dorp zijn gerolt. 70 doden. Op de weg die we passeerden, waren al deze gevallen keien goed te zien. Links en rechts alleen maar stenen, opeengestapeld. De hunnen hadden hier heel wat graven van kunnen maken. 

Nu we ons tentje opzetten (Naja Freek zet de tent op, ik ben lekker de dag aan het beschrijven) trekt de lucht hier helemaal dicht van de rook. Eetsmakelijk en slaaplekker! 


14 & 15 Augustus: Rise and Shine

Gisteren voelden we ons allebei erg goed. We fietsten weer, het weer was precies goed en we hadden er zin in. An easy ride. En vandaag hadden we in gedachten dat het precies zo’n zelfde soort dag zou zijn. Whoopsie. Gingen alleen veel te laat weg van de camping, want alle ouders moesten even gerust gesteld worden en het blog moest online, dus ja dat kost ook even tijd. En tijd is kilometers. Al besloten we gelijk om iets minder te doen, een schappelijke 80 km stond ons op te wachten. Maar het was iets harder werken dan gedacht, geen probleem dat kunnen we. Warme temperatuur en een drukke weg. Ik hoor Willem (vader van Freek) al zeggen: ‘Dan had je maar eerder je bed uit moeten gaan’. Ja, Willem, dat weten we, maar we zijn ook jong en houden van onze slaap.

De omgeving was zeer aangenaam. Mooie groene heuvels en groene moerassige gronden waren in het eerste deel te bewonderen. Tijdens de pauze bij de, zoals de Dikke van Dale het noemt: gemakswinkel, heb ik voor het eerst in mijn leven in alle impulsiviteit cheddar kaas gekocht. Voor de lezers die dit nog nooit hebben gezien. Het zijn vierkante gele stukjes die lijken op plastic en smaken naar smeerkaas, die ‘ze’ ook nog eens proberen te verkopen alsof het echte Gouda of Beemster is. In combinatie met Pindakaas heel goed te eten op de oerhollandse boterham, moet ik toch even meegeven. 

Bij de camping aangekomen, zijn we allebei gesloopt. Die 80 km ging toch iets te veel omhoog en omlaag, maar ach, we hadden een heerlijke camping naast een prachtig golfcomplex met warme douches. Niks te klagen!

De volgende morgen hebben we het gered om het golfcomplex te verlaten voor 10:30. Nog steeds te laat, maar weer een stapje dichterbij de ochtend dan de dag ervoor. Een rustig fietsdagje naar het eindpunt van onze eerste routeboekje! Dat is dus al één boekje uitgefietst! Nu nog ongeveer 12 te gaan… Dit wouden we graag vieren door onze eerste Warmshowers te boeken. Warmshowers is een soort vrienden op de fiets, maar dan gratis, tel uit je winst. Er zouden er vier zijn in het plaatsje Fernie. Helaas geen van deze gastheren en dames had nog plek. Alle campings zaten ook vol. Dus gingen we over op de Airbnb. Daar was nog een plekje! Toevallig kon onze gastvrouw een klein woordje Nederlands spreken omdat ze 4,5 jaar in Scheveningen heeft gewoont. Nou das ook toevallig. Om even lekker clichématig te zeggen: ‘Wat is de wereld toch klein’.

13 Augustus: Let’s get the show on the road

Afscheid nemen bestaat niet…. Maar na dikke knuffels uitgewisseld te hebben met Alyssa en Brandon gingen we weer op pad. Na bijna een week zonder fietsgeweld, mochten we weer met onze pareltjes de weg op. En wat voor een weg. Zodra we Radium Hot Springs verlaten, fietsen we over een vluchtstrook van net 50 cm breed, naast ons heel wat vrachtwagens die ons net aan kunnen passeren. Even wennen dus. We zijn de grote nationale parken van Canada nu uit en dat merk je gewoon. Voordat we ieder stadje of dorpje inrijden, staan er belachelijk grote reclameborden langs de weg. Meeste daarvan met een groot hoofd van een makelaar of van sexy vrouwen die blijkbaar een surfboard moeten verkopen. Dat is weer is wat anders dan mooie blauwe riviertjes en rijen bomen. Volgens Freek lijkt het hier nu echt allemaal meer op Amerika. We zien meer dikke mensen, de huizen zien er niet al te appetijtelijk uit en de koffie is niet te drinken.

Gelukkig hebben we na het passeren van dit zicht, een lange tijd op een auto luwe weg mogen fietsen. Zelfs een fietspad gesponsord door de lokale oliesjeik. Dit fietspad had belachelijk veel Europeese trekjes: Haarspeldbochten met een veel te hoog (voor mij dan, voor Freek niet) stijgingspercentage, een stijl heuveltje wanneer je het niet verwacht, en ook gekke afdalingen. Leuk, deed ons denken aan een groot deel van de Italiaanse dorpjes waar we vorig jaar doorheen gefietst waren. En het Italiaanse ging zo door, want links van ons kwam opeens uit het niets (oké, dat is niet waar, maar we waren gewoon iets te veel aan het kijken naar de mooie grote Villa’s die deze weg rijk was) een soort groot Garda Meer te voorschijn. Net zoals in Italië, omringd door bergen en toeristische campings en op het water heel wat motorboten. Geen vervelend aanzicht. En voordat we het weten hebben we alweer 70 km weggetikt, en begonnen de maagjes te rommelen. Lunchtijd! Alleen kwamen we aan in een dorp wat volgens ons routeboekje genoeg voorzieningen had om in ieder geval een koud cola’tje te halen. Helaas, alles gesloten of vervallen. Een heel gek gezicht. Maar wel een picknickbankje met daarnaast een hert die rustig onder een boom naar ons eettafereel aan het kijken was. 

En voor we het wisten waren we op onze eerste RV-camping. Wat dus eigenlijk een camping voor dikke campers is. Voor ons hadden ze dus genoeg plek, want ook in vergelijken met de Campers nemen wij maar een fractie van zo’n staanplaats in. Gedoucht en uitgeteld storten we lekker neer in ons prachtige tentje. 

11 & 12 Augustus: Johnston Canyon

Als laatste bezienswaardigheid van onze kleine roadtrip stond Johnston Canyon gepland. Het was alweer zaterdag en het leek ons wel een lekker idee om even een uurtje á één twee uit te slapen. Zo gezegd zo gedaan. We hadden van te voren niet gedacht dat Johnston Canyon een groot toeristisch oord bleek te zijn. Oepsie. Dus die twee uur later uit bed waren daardoor zeker te merken. Parkeren deden we net zoals iedereen langs de weg, waar de parkrangers het nog net aan tolereren. Et Viola, onze laatste activiteit was een feit, eerst liepen we naar de Lower Falls, en wat ze wel leuk gedaan hadden voor mensen die minder valide zijn, was dat ze een goed gangbaar pad hadden gemaakt tot met met de lage watervallen. Die vanzelfzelfsprekend erg mooi waren, net zoal ongeveer alles in Banff National Park. Alles daarna werd minder toegankelijk en wat zwaarder om te lopen, niet voor ons. Wij zijn vier fitte jonkies, vergeleken met het gemiddelde wat hier voorbij komt. De afzettingen en hekken maakten plaats voor stukken bospadden die niet iedereen zou vinden. Maar wij wel! En zo konden we met onze opgedane klim ervaring tot aan voor de watervallen komen! Heerlijk, niemand om ons heen. Alle toeristen stonden vanaf boven met verbazing naar ons te kijken. Hoe zijn ze daar gekomen?  Maar als je een goed voorbeeld geeft, kan je verwachten dat mensen je na gaan doen. Binnen no time kwamen er meer mensen naar ons idyllische plekje. ‘as flies on horseshit’ Brandon et al. 2018. 

Een uurtje verder klimmen komen we nadat we de Upper Falls zijn gepasseerd, aan bij de Ink Pots. Een paar poeltjes die inderdaad zo voor verf aangezien kunnen worden. Twee groene en drie blauwe potjes. Deze verschillen in kleur door het verschil in snelheid waarmee het water vanuit de grond omhoog komt. Blauw is snel, groen ging langzaam. En net nadat we een lekker dutje bij de rivier hadden gedaan, begon het te donderen. Snel terug. 

Eenmaal bij de camping aangekomen, begon het te stort regenen en besloten we maar tot Alyssa’s tegenzin naar Banff te gaan voor een drankje. Bij een gekke Country bar waar blijkbaar een liveband kwam, hebben we ons goed vermaakt. Brandon en Alyssa bestelden nog wat typisch Amerikaanse snacks. Gefrituurde augurken en varkenshuid hmmmm…. Ons niet gezien. Een leuk jong Nederlands uit stel uit Wervershoof, die we in de middag ook gezien hadden, kwamen gezellig bij ons zitten. Ellis en Erwin. Klinkt als goed duo. Maar niemand wilde mee de dansvloer op…. Maar na genoeg IPA’tjes wou Freek toch wel een dansje wagen. En hebben we onze beste country beentje voorgezet…… Zou er grappig uitgezien moeten hebben. Een andere club en wat drankjes en dansjes later gingen we terug naar de camping.

Oef, de alcohol had er toch meer ingehakt dan we hadden gedacht. Wel weer lekker uitgeslapen. Nu nog terug naar Radium Hot Spings om ons fietsen weer van stal te halen. Onze wandelende klavertjesvier brachten weer geluk. Route 93 was de hele week afgesloten, maar vandaag net wanneer we er langs moeten, was hij geopend. Lucky. Vervolgens het beste antikater beleid dat er is aangehouden. Een dikke hamburger met friet als ontbijt/lunch en voor de rest lekker relaxen in het van nature hete water. 

10 Augustus: Via Ferrata 

En zo maar waren we in een bewoonde wereld, waar zo’n auto wel niet voor zorgt. Banff. Gekke naam voor een stad, alsof een F aan het einde niet genoeg was, laten we er nog eentje aan plakken. Maar oh jeeh er waren winkels… Als er iets was waar ik zin in had na drie weken dezelfde kleren, was het om te shoppen of naja in ieder de geval de illusie te krijgen, dat ik een andere outfit zou kunnen halen. Mooi geen sprake van, want mijn pinpas zat in Freek zijn portemonne en no way dat die tevoorschijn zou komen. Na drie zuchten, wat gejammer en de beste puppie ogen die ik kon opzetten, liepen we rustig verder. Opzoek naar voedsel waarmee we de hele middag zonder problemen konden klimmen.

Ja je leest het goed, niet fietsen, niet wandelen, maar klimmen. Dit omdat Freeks secondcousin nogal in de ban is van Rock Climbing. Hij had al het een en ander huiswerk gedaan en zo kwamen we uit op Mont Norquay. Daar stond een skilift op ons te wachten om ons naar 2300 meter hoogte te brengen. Allevier gehengeld in zo’n lekker strak bandage pakkie, waarin de Little Shrimps van de mannen nog beter te zien waren, en bij Alyssa en mij iets beter zichtbaar werd met het woord kameel erin verwerkt. 

Nou daar gingen we dan, de Via Ferrata. Dit is Italiaans voor ijzeren weg. IJzer was het het zeker, want voor ons uit was een heel parcours van stalen kabels en handvatten voor ons uitgestippeld, zodat we veilig gezekerd naar boven konden klimmen. Met een half Chinees half Canadese instructeur met een accent alsof ik zondagavond het maand menu aan het bestellen was, was voor mij dit avontuurtje al geslaagd. Freek dacht daar anders over, die vond de route zo ontspannend dat hij maar gewoon even zijn zonnebril liet vallen en vervolgens zonder instructeur en helm naar boven klom om hem te zoeken….. En hij heeft hem nog gevonden ook… Crazy Dutchman, zoals de instructeur zou zeggen. Jammer voor ons, was het uitzicht op de berg verdwenen in de mist die ontstond doordat de bosbranden nog erger waren dan de dag ervoor.. Maar ook hier gold, jammer dat het zo was, maar het was zo gaaf om mee te maken vanaf 2300 meter hoogte. 

9 Augustus: Not again…..

Drie keer is scheepsrecht zeggen ze. En wel ja ‘ze’ hebben gelijk ook. Voor de derde keer gingen we de berg op richting Lake Louise met onze Amerikaantjes. Deze keer in de ochtendglorie en de lichte rook van de bosbrand verderop. Dat zorgde ervoor dat Lake Louise een soort Make-Over had gehad en die beviel goed. Alsof ze even haar make-up tasje had gepakt en zich extra mooi had opgemaakt voor ons. Zelfs de toeristenstroom die de andere dagen vrij groot was, viel nu ook mee. Het lijkt alsof de Amerikaantjes een soort Lucky Charm zijn. Er was telkens een parkeerplek of campingplek vrij in dit drukbezochte oord. Voorheen natuurlijk geen probleempjes mee gehad omdat onze mooie fietsjes geen plek innemen in vergelijking met de dikke bak waar we ons nu mee verplaatsen.

Als lunch de overheerlijke gluten vrije brownie van de plaatselijke koffie shop met natuurlijk een cappuchino. De dame achter de kassa begon me inmiddels te herkennen en ik hoefde mijn naam niet eens te noemen en alleen maar mijn bestelling te verdubbelen.

Moraine Lake stond op het middagprogramma. Iets waar Freek en ik erg naar uit keken, want op de fiets waren we niet toegekomen aan dit aangeprezen pareltje. Met de shuttle. Helaas had ik me niet goed voorbereid als reisgids en dacht dat de shuttle naar dit meer gratis zou zijn omdat je in alle andere shuttles rondom Louise zo kon instappen, maar deze natuurlijk niet. Je merkte gelijk dat Brandon zeker Nederlands bloed ergens in zijn lichaam heeft vloeien. Wat een getwijfel, want ja het koste wel weer centjes… Maar gelukkig zaten we een half uur later toch in een Amerikaanse gele schoolbus richting Moraine.

We stappen de veel te warme bus uit en ik hoor gelijk iemand zeggen dat dit uitzicht echt ‘priceless’ is. Wat een grapjas. Hij is nu al vergeten dat hij er 15 dollars voor heeft moeten betalen. Maar inderdaad, die naïeve meneer had naar mijn idee met wat andere bewoording zeker gelijk. Waar Emerald en Louise Crèmekleurig blauw waren, bezat Moraine een meer transparante kleur. We naderen het meer en lieten alle Aziaten achter ons, omdat wij als kleine springbokken zo van steen naar steen konden gaan om het schitterende water van dichterbij te bekijken. Daar in het midden lag er een prachtige beige boom waar je over heen kon balanceren alsof het de balk was, waar je als kind met gym over heen moest paraderen. Genieten, Alyssa en ik probeerden al onze Yoga moves uit (waren vrij snel klaar), terwijl Freek en Brandon allebei een steen uitkozen om lekker te koekeloeren naar al het moois wat het meer te bieden had. 

7 & 8 Augustus: Little Shrimps in Emerald

Oeps, het is al weer een paar dagen geleden dat ik het laatste verhaaltje heb uitgetypt! Dat komt omdat we een beetje uit de routine zijn. We zijn inmiddels op vakantie tijdens onze vakantie met Freeks achter achter neef Brandon en zijn vrouw Alyssa. Heerlijk. De fietsen hebben we netjes opgeborgen in Radium Hot Springs, waar we dit gekke Amerikaanse stel zouden opwachten. Het voelt zo goed om zelfs na twee weken weg al bekende gezichten te zien! En ook goed voor ons, want nu kunnen we nog meer bekijken in deze prachtige omgeving. Dus fietstassen in de achterbak en lekker luxe met de auto.

De eerste dag zijn we richting Emerald Lake gegaan. Deze stond nog open op mijn lijstje en kon je niet goed bereiken met de fiets. Yoho National Park. En ja hoor, met de dikke waggie waarin we reden konden we zo naar dit net iets minder tourischte oord. We dachten wel even een 5 km ‘wandelingetje’ te maken naar Hamilton Lake, zodat we terug zouden zijn bij Emerald, wanneer al het Aziatische gespuis niet in de weg zou staan in ‘ons’ uitzicht. Zo dat viel even tegen. Bij de beschrijving van deze wandeling werd niet gezegd dat we van 1200 meter naar 2100 meter zouden gaan. Pfoe. De benen werden goed op de proef gesteld. In het begin dachten we echt dat onze conditie nog ergens tussen het vurige geweld van Kooteney National Park lag. Natuurlijk gebruik je andere spieren, maar dat trotse gevoel werd toch even aangetast. In 2,5 a 3 uur zijn we naar bovengekomen. Daar stond ons eerste cadeau’tje te wachten. Het is wit, koud en smolt niet in 30 graden. Ijs. Het gave was dat Alyssa nog nooit in haar leven überhaupt hoge bergen had gezien, en nu er gewoon eentje te voet is bestegen! Een paar honderd meter verder stond een kleine stukje ‘haven on earth’ op ons te wachten. Geen toeristen, alleen wij vieren, een blauw meertje, prachtige rotsen en een kleine verdwaalde eekhoorn. Echt even niks, niemand. De mannen durfde het wel aan om even het ongeveer 7 graden koude water in te duiken. Brrr. Alyssa en ik gingen ondertussen maar als zeemeerminnen op de stenen onze teentjes in het water dippen. Binnen minder dan twee minuten waren de mannen echt wel het water uit, met zoals Brandon ze noemt: Little Shrimps. 

De afdaling was daarentegen een stuk minder intensief, maar waar berg opwaards de spieren het meeste werk verrichten, vangt nu de knie elke pas de grootste klap. Au. Dat begon lekker te zeuren bij ons alle vier.

Eenmaal beneden, inderdaad, minder IPad Aziaten, en een beter uitzicht. Een prachtig crèmekleurig blauw meer, keek ons aan en nodigde ons uit om erin te springen. Ik kon niet wachten, ik had het zo belachelijk warm gekregen van ons verkeerd ingeschatte maar toch mooie, wandelingetje. Geen twijfel mogelijk. Plons. Ik was de eerste van de vier die erin ging. Het leek wel alsof de rollen omgedraaid waren want de mannen stonden lekker te treuzelen aan de zijkant, terwijl zelfs Alyssa al aan het koude water aan wennen was. Het uitzicht vanuit het midden van het meer was ‘breath taking’. Het geeft een goed gevoel dat de meesten van de toeristen Emerald Lake niet in Optima Forma hebben gezien. En natuurlijk wilden de little shrimpies deze ervaring niet missen. Plons.

5 & 6 Augustus: Waar rook is…

Na een lekker rustig fietsweekendje rondom Lake Louise, waarbij we de beentjes wat rust gunden, vertrokken we maandagochtend in de richting van Radium Hot Springs. Driemaal raden wat we als ontbijt hadden… Juist ja, een berg for breakfast. Mjammie. Amper de camping af en de klim begon al. Nu plannen we het natuurlijk zo dat we s’ochtends de klimmetjes hebben, zodat we de rest van de dag gewoon lekker kunnen doorfietsen. Het is soms een mentaal spelletje en met een grote klim op het einde van de dag, geniet je toch een stuk minder van de omgeving. 

De klim was goed te doen, alleen erg lang. Geen probleem, hadden weer genoeg nieuw asfalt en bergen (ha-ha) aan prachtige natuur om ons heen. En zag daar, de lang verlangde afdaling. Helaas, zodra we aan de afdaling begonnen kwam de wind er een stokje voor steken. Waar je anders rustig zonder te trappen met minimaal 25 km per uur naar benen ging, was het nu wel trappen en dat voor 16 a 18 km per uur. Nou dat lukt ons ook wel prima op een valsplatte weg…. Balen. Maar nog steeds een mooie omgeving.

Naar mate de afdaling vordert, rijden we een soort van slagveld in. De grote stukken groen, hadden plaats gemaakt voor grote stukken grijs. Grijze en bruine verdorde bomen. Somber. Na de eerste de beste bocht, zagen we rook. En inderdaad waar rook is, is vuur. We hadden geluk dat we langs de weg van onze route mochten rijden. Het stond helemaal blank. Links en rechts helikopters met enorme waterzakken om de branden te blussen. Heel indrukwekkend om te zien. Er was geen houden aan. 20 km lang door de bosbranden gefietst. We zagen de vuurtjes nog geen 10 meter van ons af branden. En pikke zwart, de meeste bomen langs de weg waren gewoon donker. Alsof we door een scène uit Game of Thrones reden, waarbij uit iedere bocht een groot leger vandaan kon komen. Ook had het wel iets weg van de vuur shows in Disney of Universal studio’s. Maar nu in het echt. Het was triest om te zien, maar gaaf om mee te maken. De natuur zelf weet dit ook, op de al wat langere kale plekken waar vuur is geweest, bloeien prachtige paars/fuchsia kleurige bloemen. Fireweed genaamd. In grote getallen kleuren ze de sombere natuur weer wat vrolijker. 

Toen we eenmaal als geroosterde kippetjes, weer langs gezonde bomen reden, leek het alsof de natuur wist dat ze hulp nodig had. Het begon te regenen. Wat gaf dat een gaaf gevoel. Wonderlijk bijna. En vandaag is route 93 afgesloten, wat een geluk hebben we gehad…..

3 & 4 Augustus: Canada, waar jongens mannen worden en vrouwen ook.

65 kilometer, en weer de hoogte in, dat stond op de planning. Voordat onze, inmiddels, vermoeide beentjes weer te werk mochten gaan, konden we nog even lekker afdalen naar 1200 meter. Nog even snel een veel te zoete cappuccino naar binnen werken en gaan. Terwijl we de berg op fietsen, moet ik denken aan een gek Schots stel dat we gisteravond ontmoet hebben. Ze doen een zelfde soort reis als wij op de fiets. Alleen de dame van dit stel rijdt al 4 maanden op een soort inklapfiets met 20 inch wielen…. Hoeveel omwentelingen moet zij per minuut maken om deze berg op te komen? Dan besef ik me maar weer al te goed hoe lekker mijn beauty fietst. 

Eerste deel van de klim gehad, nu een deel valsplat en vlak, voordat we gaan beginnen aan de grande finale. Dat vlakke is eigenlijk vrij bijzonder. Hier in Canada is het de berg op of de berg af. Er is helaas geen mooie middenweg, naast valsplat, tussen deze twee uiterste. Tijdens de pauze bij alweer een blauw meer (he leuk, dat rijmt), hebben onze fietsen heel wat bekijks gekregen. Vooral de mijne, want de fietsliefhebbers zijn helemaal weg van de Rohloffnaaf die mijn fiets rijk is. Een Amerikaan vroeg nog heel lief waar we vandaan kwamen, met vervolgens de vraag waar dat lag en wat voor taal we spraken. Hij gaf eerlijk toe dat hij alles buiten Amerika niet zo goed kende. Ben benieuwd of de volgende Amerikaan ook zo’n patriot is. Vast wel. 

Met wat broodjes nutella en pindakaas in de maag, gingen we dan, een driekwartier lange klim met een gemiddeld percentage van 8 procent. Pfoe en dat met inmiddels al weer wat hoogtemeterjes in de benen Niet te min, zijn we zonder pauze te nemen naar boven geklommen. Het leek wel alsof ik een wedstrijd had gewonnen. Van mezelf. Op 2150 meter hoogte was het wel enorm fris en het was al niet zo warm. Dus dik aangekleed weer naar beneden. Brrr. Het leek wel alsof we op skivakantie gingen. Maar op de weg beneden passeren we Bow Lake. Een bochtig meer dus. Niks aan gelogen. Gewoon lekker direct en duidelijk zoals wij Nederlanders gewend zijn. En opnieuw een glinsterend uberblauw meer. Wauw. Met een lekker kopje hot chocolade om onze handen op te warmen konden we genieten van dit mooie uitzicht.

Mosquito Creek was de naam van de camping, gelukkig deed hij zijn naam geen eer aan. Want we zitten inmiddels al onder de jonkbonken met minimaal 20 stuks de man. Ook hier was er een bewonderaar van de Rohloffnaaf, de Park Ranger. Als een kind zo blij toen ik hem een rondje op mijn beauty liet fietsen. In ruil daarvoor kreeg ik een prachtige parelketting met de nationale kleuren en vlaggetjes van Canada eraan. Deze ketting heb ik vandaag de hele dag als versiering gehad op mijn fiets. 

Weer geen douche op Mosquito Creek, ik voel me vies. Dit is al de vierde dag op rij zonder een degelijke douche. Niet dat ik niet mijn persoonlijke hygiene onderhoud (leuk, dubbele ontkenning), maar wat mis ik deze luxe. Gelukkig heb ik van die Fresh cleaning wipes, de nog enigszins zorgen voor een schoon gevoel. Freek daarentegen gaat gewoon rustig in zijn onderbroekje in de kou staan om vervolgens zijn improvisatie douche van vier bidonnen koud water over zich heen te gooien. Krijg al kippenvel als ik daar aan denk. Mij niet gezien. 

Vandaag een rustig dagje, 35 kilometer naar het toeristische Lake Louise. De benen hadden het dit keer wel zwaar bij ieder heuveltje op de weg. En nu veel dichterbij, een zwarte beer! Doorfietsen geblazen! Gelukkig moesten we nog maar een paar keer doortrappen, om te beginnen aan een kleine afdaling. Dag beertje.

Oeh en hier in Louise was alles volgeboekt qua campings, jeetje wat jammer, nu moesten we wel naar een hostel… een warm bed, een warme douche en geen muggen. Wat vervelend nou. Zijn nog bij het grote meer wezen kijken. En alweer, mooi blauw is niet lelijk. Wat wel lelijk is, zijn alle toeristen, die duizend selfies en groepsfoto’s maken en ook honderd verschillende poses aannemen (Heel stiekem doen wij dit ook, maar met mate). Toch is het tegelijkertijd de beste caberet show die we in tijden gezien hebben. 



2 Augustus: Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet….

Van voor, van achter, van links, naar rechts… Echt overal om je heen valt iets te bekijken. Klopt, dat kan thuis ook. Maar ik durf te wedden dat de 360 view thuis echt een stuk minder is dan hier. Wauw. Fantastisch. Amazing. Zo machtig mooi. Ik wil graag nog even corrigeren voor mijn valse veronderstelling dat we de afgelopen dagen al aardig wat hebben moeten klimmen. Vandaag, dat was pas klimmen. De Sunwapta pass van 6,676 feet, was de eerste van de drie bergen waar we de komende dagen overheen moeten. We zijn dus nu op hoogtestage, zoals ze dat in de wielerwereld noemen. Hoe zwaar de benen ook mochten voelen, het uitzicht om ons heen maakte alles minder pijnlijk. 

Aan het begin van de berg fietsten we door een prachtig dal. Stromende beekjes water, verspreid over een breedte van ongeveer 300 meter, daar tussen stukjes droog land met mooie bloemen, stukken hout en vooral stenen. Het ene poeltje blauw, het andere poeltje beetje bruin. Met zo’n stuk land tussen de weg en de volgende bossen, hoopten we op deze afstand beren te spotten. Helaas, het mocht niet zo zijn vandaag, ze zijn immers goed in verstoppertje spelen. Toch heb ik het idee dat minstens 10 beren ons gezien of geroken moeten hebben. 

De eerste meters op de berg vielen mij zwaar, Freek vond het natuurlijk geweldig. Op ieder uitzichtpunt even gestopt. Niet alleen om uit te hijgen, maar om WEER een nieuwe berg te bekijken. Jeetje mineetje. Letterlijk, adembenemend mooi. Ook op ieder punt aanwezig: een bus die stopt, waarbij er weer een stroom van dikke Amerikanen en iPad Aziaten uitstapten. Zou voor geen goud met ze willen wisselen. Ze zien slechts een fractie van wat wij allemaal mogen bewonderen. Na anderhalf uur klimmen, staan we oog in oog met de Athabasca Gletsjer. Witter dan wit, met heel wat toeristen erop. En een restaurant! Geloof me op dat moment was de optie eten een stuk interessanter. Nog nooit zulke lekkere slappe patatten en koude pizza gegeten. Mjammie buikje weer rond. Op naar de afdaling.

Het asfalt op de afdaling was nog nieuwer dan dat we al gezien en gevoeld hadden. Rechte stukken naar beneden. Freek alweer als speedy Gonzalez beneden, terwijl ik echt heel stoer voor mijn doen, de remmen niet eens volledig indrukte, voor een vierde zou ik zeggen. Op sommige stukken zelfs alleen mijn handen op het stuur. Gekke meid. Zo zonde dat je tijdens het afdalen op de weg moet letten, want je passeert alle natuur om je heen vijf keer zo snel. Nog wat heuvels opgeklommen terwijl we we dachten dat er alleen nog maar afgedaald zou worden naar de camping. Viel tegen, maar de benen konden nog meer dan het hoofd van te voren dacht. Gelukkig, want morgen de Bow Summit, 6,785 feet. 

1 Augustus: Sunwapta Falls

Klimmen, klimmen, klimmen. Inmiddels heeft Freek al een sikje, waardoor hij een gedaante aanneemt van een berggeit. Jammer genoeg voor Freek, heb ik niet zoveel paardenkracht in mijn benen als hij… Wat betekent dat deze berggeit moet wachten op zijn bergschaap. Want een kudde in deze berenbossen mag niet ver van elkaar verwijderd zijn. Regel nummero uno in Jasper National park: ‘Stay together’. Vind het eigenlijk steeds zieliger voor Freek, want als klimenthausiast moet hij zichzelf enorm inhouden. Sorry sorry sorry.

Na een heftige, nachtelijke onweersbui, waardoor er geen verlichting nodig was in de tent, ontwaakten deze kleine kuikentjes echt veel te laat. Per ongeluk de wekker uitgedrukt in plaats van de snooze stand aan te zetten. Oeps. Gelukkig scheen het zonnetje en was het minder koud dan de ochtend ervoor. En het wordt hier echt heel koud s’nachts. Zelfs zo koud dat Freek en ik al drie avonden aan het uitproberen zijn, hoe we met deze kou het beste kunnen slapen. Eerste nacht, gewoon shirt en onderbroek, veel te koud. Tweede nacht, slapenzakken aan elkaar gerist en langebroek en shirt aan, nog steeds koud. Derde nacht, shirt, lang shirt, een broek, dikke wollen sokken en weer alleen in de slaapzak. Yes, dat is het goede recept

Na een kleine 20 kilometer komen we aan bij de Sunwapta Falls. Tijd voor een lekker kopje koffie met uitzicht. Weer een stroomversnelling van het water naar beneden, mooier dan de Athabasca Falls. Bij de Sunwapta (doet mij denken aan sunweb) was er een grotere Canyon en nog wilder water. En na drie dagen zonder WiFi geleefd te hebben, hadden we hier weer verbinding met het thuisfront. Mooi, konden we zo ook alle blogs weer uploaden. En einde pauze! 

Het is echt belachelijk hoe vaak ik in deze omgeving een plek zie, waar ik eigenlijk het liefst neer plof om daar even lekker een uurtje naar de natuur te kijken. Maar als we hier aan zouden toegeven, komen we echt niet vooruit. We doen nu ook  maar 40 kilometer per dag, terwijl we vorig jaar op de 80-100 km per dag zaten. Er is zo veel om te zien en het is gewoon doodzonde om er zo snel door te fietsen in dit park. Gelukkig hebben we alle tijd. We nemen het er lekker van. Morgen de Sunwapta Pass (2200 meter) en hiken op de Athabasca Glacier.  

31 juli: Stay in your vehicle

Nog geen drie kilometer op de fiets en rechts boven, met nog geen 50 meter afstand, zien we de eerste beer. Een zwarte. Ongeveer 1 bij 1,50. Niks aan de hand. Gewoon doorfietsen. Freek heeft met zijn vader twee jaar geleden in Amerika bijna naar huis moeten gaan, zonder überhaupt ook maar een beer te spotten. Ha grappig. Waar we gisteren enorm hebben genoten van het hemelsblauwe water, genoten we vandaag van het oneindige groen. Naja oké, niet alleen maar groen want iedere vijf kilometer was er een uitkijkpunt met uitzicht op de bergen die we passeerde. Oja en ook nog de Aathabasca Falls gezien. Dit klonk dus alsof er meerdere watervallen waren, maar in werkelijkheid was het er maar één. Niet zo blauw, maar wel heel wild en daarbij een leuk uitzicht om even te lunchen.  

We hebben de afgelopen dagen veel gefietst zonder ons hele hebben en houden, vandaag dus voor het eerst met bagage. Totaal ander verhaal. Met minimaal 12 kilo per fiets extra, vind ik een berg op geen pretje. De berg af daarentegen is een ander verhaal. Een lekker kort verhaal eigenlijk, want je bent zo beneden. De wegen waarop we fietsen zijn ook nog eens gloedje nieuw. Lekker asfalt. We fietsen in deze parken en waarschijnlijk ook in Amerika op de vluchtstrook. Klinkt heel stoer, maar iedere Canadees haalt ons met de meest ruime inhaalmanoeuvre in. De auto’s op de weg beschermen ons tegelijkertijd tegen de beren, het geluid vinden de beren vaak onprettig en houden ze zo van de weg. Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen op de regel. Vandaar die leuke borden met: ‘Bears on the road, please stay in your vehicle’. Niks ironischer om als fietser deze woorden te passeren natuurlijk. Mocht er een beer langskomen hebben we het volgende plan:

1. Ik grijp mijn Wildthorne uit mijn stuurtas, wat een verschrikkelijk luid geluid maakt, wat in eerste instantie al het wild en de beren zou moeten afschrikken.

2. Mocht de beer toch op ons afkomen, heeft Freek de Bearspray op zijn stang zitten. Deze spray is een soort Peperspray, wat je normaal vind in de handtas van ieder verstandige vrouw die alleen op pad gaat. Deze is alleen 50x zo heftig. Wil je dat deze spray echt werkt, moet je wachtten totdat de beer op 2 meter afstand is. Succes Freek!

3. Mocht de beer met een gigantische snelheid op ons afkomen rennen, hebben we gezamenlijk besloten de eerste en beste auto die we zien, tegen te houden en erin te springen. Of om te keren en als een idioot de berg af te fietsen. Beren hebben namelijk ontzettend veel kracht in hun achterpoten, waardoor ze goed kunnen klimmen. Maar de voorpoten daarentegen zijn daarmee vergeleken kippenpootjes. Dus in theorie zijn het slechte afdalers…

Eerst zien dan geloven.

30 juli: Edith & Annette

Na een ijskoude nacht, waarbij we dekens tekort hadden, werden we s’ochtends onze tent uitgebrand. Wat an zich een fijn idee was, omdat de weerberichten volgens de iPhone van Freek niet zo gunstig zouden zijn. Bewolkt, onweer en regen. Nu in ieder geval nog niet. Wat zullen we eens gaan doen vandaag? De bekende hamvraag. Gaan we beginnen aan de route? Of zullen we nog wat mooie meertjes rondom Jasper bekijken, nu we er toch zijn. Het werd natuurlijk het laatste. Zo konden we onszelf mooi aanpraten dat we dit extra dagje echt nodig hadden om goed te ‘acclimatiseren’. 

Weer terug boven in Jasper, haal ik natuurlijk eerst wat lekkers bij de lokale bakery. Gisteren wat centjes bespaart door s’nachts als twee idioten op de fiets naar de camping te gaan, dus de wet van compensatie kwam te pas, of zoals Freek het noemt: het compensatiefonds. Voor de lezers onder ons die van taal houden, idioten op de fiets is dus een pleonasme. Als fietser in het buitenland ben je namelijk per definitie al een idioot. 

Een dal later, een brug en 2 klimmetjes verder, zien we haar liggen. Lake Annette. Dit meer had meer (ha-ha) dan fifty shades of Blue. Iedere zonnestraal glinsterde als een diamant op haar water. We vinden een prachtig en rustig plekje met uitzicht op de bergen. Om eerlijk te zijn heb je overal in Jasper uitzicht op bergen, alleen niet overal even mooi. We ploffen neer en we waren het eerste uur niet het helder blauwe water uit te slepen. 

Donkere wolken pakten zich samen. Snel besloten Freek en ik om in ieder geval ook nog even langs de grote zus van Annette te gaan. Edith. Net zo blauw, maar twee keer zo groot. Het duurde nog best lang voordat de hel losbrak. De wind zette eerst aan. Het eerst zo kalme en heldere water was opeens veranderd in het golfslagbad van de hoornsevaart. Niet veel later kwamen de eerste donders en regendruppels. Alle mensen om ons heen wisten niet hoe snel ze weg moesten komen. Maar wij niet. Wij zaten mooi onder een grote boom, die ons beschermde tegen de nattigheid van de regen. Binnen een kwartier waren wij de enige aan het meer die dit grote schouwspel van de natuur meekregen. Het gezegde ‘De wind van voren krijgen’, was voor ons nu werkelijkheid. Wat een kracht heeft dit element van de natuur, zonder ook maar enige spiermassa te hebben. Drie uur later schijnt het zonnetje weer alsof er niks is gebeurd. Voor de betweters (waaronder ik zelf): ja, de zon gaat niet weg, er komen alleen wolken voor. 

Morgen de eerste ‘echte’ kilometers van onze route. Zin in!

29 juli: Treintje komt zo

Netjes stonden wij met onze fietsen een uur voor vertrek op het station. Fietsen konden mee en de tassen konden mee. Top. De trein had in eerste instantie twee uurtjes vertraging, gelukkig werd deze info wel via de mail naar ons door gespeeld. Na inderdaad twee uur wachten begon ons geduld aardig op te raken. Waar blijft die trein nu? Tijdens het wachten, hebben we wat gespuis voorbij zien komen. Dit stempeltje hebben we ongeveer op iedere dikke vrouw met een kort pittig kapsel geplakt. Ook voor alle vieze mannen met tattoos en gore sikjes hadden we een stempel: Vinkgoor. Iedere keer nam zo’n Vinkgoor persoon een walm van zweet met zich mee. Alsof de vuilnisbelt besloot om even rondje om te gaan. Gelukkig, de trein besloot eindelijk een keer te arriveren. Net op tijd, want nog even en we moesten bijna opschoot gaan zitten bij het gespuis. Saved by the Bell. Wel is waar 4 uur later dan gepland, maar wel met een goede timing. 

De trein, wat een beenruimte. Zelfs mijn 1.96 meter lange vader had hier zijn benen lang uit kunnen leggen. Maar helaas ook nu weer, duurde het ruim een uur voordat de trein vertrok. Iedere keer startte de trein vals uit de start en gingen we weer achteruit terug. Na 3 valse start pogingen vertrokken we eindelijk. En wij namen maar al te graag de intercity direct naar dromenland.

Drie uur later schrik ik wakker, kijk ik op de gps en nee we zijn nog lang niet bij Jaspers. Balen. Ik begin mij steeds meer zorgen te maken over de tijd van aankomst. Van origine zouden we om vier uur smiddags in dit grote nationale park aankomen. De geschatte tijd van aankomst was nu al 22.00. Nog nooit heb ik in het donker gefietst in het buitenland. Ik heb überhaupt nog nooit op een drukke snelweg gefietst, in de berm. Alle doemscenario’s vliegen door mijn hoofd. Een beer kan zo uit de bosjes springen, we zijn niet zichtbaar genoeg voor auto’s, de onweer slaat net voor onze neus in… Enzovoort. ‘We zoeken wel een hostel vlakbij het station’. Deze zin deed wonderen. En weg was de stress. Nu konden we mooi de laatste twee uur van de rit naar de natuur om ons heen kijken.

Wauw. Twee uur lang hebben we met open monden en glinsterende ogen om ons heen gekeken vanuit de skyline lounge. We wisten niet waar we kijken moesten. Op links, de laatste scène uit twilight part 2. Voor de vijftig plussers: Op links naald en loof bomen op golvende, groene heuvelachtige bergen over een veruitgestrekte weide. Glinsterende bergtoppen. Blauwe meren. Wildstromende beekjes. Alles wat ik nu typ, doet de omgeving simpelweg tekort. ‘Jaspers, Jaspers, everybody return to their seats for Jaspers!’. Yes, begin bestemming eindelijk bereikt. Tijd van aankomst: 22:45. 

Alles, maar ook alles was volgeboekt. Wat nu? Na een lieve poging van een kwart Hollandse Canadese om de fietsen in haar rental car te stouwen, zat er niks anders op dan in het donker naar de camping te fietsen die we van te voren hadden geboekt. Ik vond het doodeng. Opnieuw heersen alle doemscenario’s. Trappen. Zo snel mogelijk. Met de toeter om dieren af te schrikken in de hand, volgde ik Freek. ‘Niet zo piepen, gewoon fietsen, we zijn er bijna’. Na de vijfde keer ‘we zijn er bijna’ van Freek, zagen we daadwerkelijk de bordjes met Camping. Yes! 

De tent nog niet eens opgezet, en we schijnen al met onze hoofdlampjes recht in de ogen van een Moeder hert en haar kleintje. Ik kon de gil nog net onderdrukken. Maar het enige wat ik als reactie terug krijg van moeders is een blik, die zegt: ‘Pff, amateur’. En ze lopen rustig door om verder te snuffelen aan andermans tenten. Met het voedsel netjes opgebergd in de daar voor bedoelde bear lockers, kruipen voor de eerste keer ons tentje in. 

28 juli: Reizen om te reizen

Onze fietsen konden gelukkig in een ubertje mee vanaf het vliegveld, naar de Airbnb in Edmonton. Dit keer een indiaanse meneer Mo met een grote dikke Chrysler. Top. Regelrecht duiken we het veel te grote Amerikaanse bed in. Allebei in een keer weg.

Yes, mijn mobiel geeft aan dat het nog maar 6.15 s’ochtends is. Dit is een beetje de tijd geworden, wanneer wij ‘Dutchies’ ontwaken. Geen probleem, er was immers nog genoeg werk voor de winkel. Onze Ai-kee-A tassen met al ons hebben en houden erin, moesten verdeeld worden over in totaal 8 fietstassen. Twee voor, twee achter. De fietsen zelf moesten gereed gemaakt worden voor vertrek. Freeks (of freak, zoals iedereen hier hem noemt) fiets was als eerste aan de beurt. Geen bijzonderheden of iets. Maar natuurlijk, ik als ervaren pechvogel zag gelijk twee dikke vette krassen op mijn spiksplinter nieuwe Musing zitten. AUW. Niks doet meer pijn dan de eerste kras. Ik weet dat een fiets een gebruiksvoorwerp is, maar toch was ik echt wel een uur goed chagrijnig. Freek relativeerde de boel door een kalmeringspoging in te zetten die als volgt luidde: ‘We mogen van geluk spreken dat alle onderdelen nog heel zijn’. Lekker nuchter, toch fijn dat hij dat dan kon zijn op dat moment. En ja ik moest ook toegeven dat m’n pareltje heerlijk fietste, van die krassen voel je niks…..

Down-town. Nu we toch in Edmonton zijn, gingen we natuurlijk op onze mooie fietsen even de blits maken. In Edmonton zijn twee bruggen die noord en zuid met elkaar verbinden. Onder deze bruggen stroomt een gigantische rivier, the North Saskatchwan River. Men, wat voelde ik mijn benen zwabberen zodra we deze brug tegemoet kwamen. It’s HUGE. En yes het  overmatige gevoel wist ons weer te vinden.

We dachten dat we de reis voor onze reis redelijk uitgestippeld hadden. Helaas zijn we iets te nonchalant geweest. De trein van Edmonton naar Jaspers ging natuurlijk helemaal niet op zaterdag, zoals we het het liefst hadden gezien. Wel op zondag. Oké, vooruit daar valt mee te leven. Onze lieve hosts van de Airbnb vonden het prima om ons nog een nachtje onder hun hoede te nemen. Mooi. Is dat ook weer geregeld. Toen we toch in de stad waren, dachten we even een kijkje te nemen bij het station. Nou mooi niet. Waar er door het midden van de stad een prachtig fietspad is om overal te komen, is het station niet te bereiken te voet of te fiets. Na 20 rondjes rondom het station om toch een soort ingang te vinden, gaven we het op. Niks voor ons. Zondag morgen vroeg dan maar over de drukke weg met auto’s, er zit helaas niks anders op.

Vandaag dus een extra rustdagje, ook lekker. Maar terwijl we rusten, voel ik toch een onrustige drang om op de fiets te zitten. Nog even geduld. Maandag is het zover! Onze hosts van de Airbnb zijn een stel bestaande uit een Poolse man en een Duitse vrouw. Terwijl ik dit typ heb ik al vijf keer moeten glimlachen en ja knikken zodat het ook maar enigszins lijkt alsof ik luister naar het duizendste verhaal over al hun kinderen, en dat zijn er nogal wat. Marja, onze lieve Duitse gastvrouw, had alweer onze kopjes opgeruimd voordat wij ook maar de kans kregen. Ironisch, dat deze Marja net zo zorgzaam is als Freeks moeder en ook deze Marja is je qua opruimen altijd een stapje voor. 

Nu lekker genieten van een internationale BBQ tesamen met alle gasten van de Airbnb. Drie Chinezen, een Mexicaanse, een Duitser, een Poolse, vijf Duits/Poolse Canadezen en twee ‘dutchies’. Straks lekker optijd het bedje in, zodat we morgen vroeg weer verder kunnen reizen om te beginnen aan de ‘echte’ reis. 

Foto: Skyline Edmonton

26 juli: Montréal

Montréal, na 7 vlucht uren, met voor het eerst in mijn leven degelijke maaltijden en benodigde snacks, landden we in een van de grote Franstalige steden van Canada. Heerlijk, we leven nog. Het eerste wat ik eigenlijk doe zodra ik het vliegtuig in stap is een risico analyse maken en een escapeplan opstellen, mochten we een noodlanding op zee moeten maken. Zitten we achter de vleugels? Waar zijn de nooduitgangen? Heb ik wel een zwemvest onder mijn stoel? Daarbij nog het vaste ritueel om de Safety kaart grondig te bekijken. Alles bij elkaar kost maar 10 minuten en geeft mij ontzettend veel rust.

Eenmaal op Airport Trudeau aangekomen, hoefden we volgens KLM alleen onze ruimbagage even te verplaatsen naar de connected flight band. Tot het moment dat Freek toch even voor de zekerheid wilde kijken bij de oversized bagage. Et Viola, twee prachtige fietsdozen, die wel heel erg op de onze leken, lagen er zo voor het oprapen. DIT WAS NIET DE AFSPRAAK. Onze pareltjes zouden volgens KLM direct door gelabeld worden naar onze eindbestemming Edmonton. Mooi niet dus. 

Vijf balies, 6 stewards en een paar rare opmerkingen later, worden we weer doorverwezen naar een informationdesk. Ik, als dokter in spe, begin nu pas te voelen hoe het zou moeten voelen voor patiënten die van arts naar arts worden gestuurd. Waardeloos. Tot dat er toch eentje weet hoe die kan helpen. Gelukkig konden we, natuurlijk wel tegen betaling, onze fietsen en ruimbagage een nachtje laten logeren op het vliegveld.

Dus op naar centre-ville de Montréal. Openbaarvervoer? Nee hoor, deze luxepaarden gingen liever met de Uber. Kostte maar zes Canadese dollars meer, was 30 minuten sneller en meer luxe. De kosten-batenanalyse was dus snel gemaakt. Met een Colombiaanse taxi-chauffeur genaamd Wilma, was de rit per definitie al geslaagd. Eenmaal bij de Airbnb, dachten we nog even leuk naar het centrum te lopen. De aantrekkingskracht van het bed won.

Fris ende fruitig werden we keurig om 6.15 lokale tijd wakker. Tijd om Montréal even te bezoeken. Het gekke van deze stad is dat het een mix is van het gracieuze Frankrijk, het praktische Europa en het idee dat ik Harry Potter op sommige hoeken van de straat nog wel eens tegen kon komen. Gek, het hele besef dat we ons op een ander continent bevinden, lijkt ons nog niet te vinden. Na de Canadese Notre Dame bewonderd te hebben kwamen we aan bij de old port. WAUW. Met links uitzicht op de skyline van Montréal en rechts uitzicht op het stromende, blauwgroene water, was dit echt het eerste moment dat een groot gevoel mij bekroop. Iedereen kent dit gevoel wel, het overkomt je wanneer je vrijer dan ooit voelt. Je perspectief veranderd. Alle kleine problemen stellen ineens niks meer voor en de meeste nare gedachten staan per direct achteraan in je gedachten.

Helaas kwam er snel een einde aan dat gevoel. Terug op de airport om onze vlucht richting Edmonton te halen, dachten we alles redelijk onder controle te hebben. Ruimbagage was weg en de fietsen konden gebracht worden naar de oversized bagage. Net toen we dachten onze parels in te leveren, kwam de vriendelijke dame van WestJet achter ons aan gerend om te zeggen dat ze zich nu pas realiseerde dat onze fietsen te groot waren voor in het vliegtuig……  Een gek koppel dat tezamen leek op de grote Averall en de kleine Joe van de daltons uit Lucy luck, wou vervolgens ook nog onze goed ingetapte dozen openmaken om dat even lekker te controleren. Op een geven moment stonden er maar liefst 8 man om ons heen om te zorgen dat de fietsen toch meekonden op het vliegtuig. Het leek wel een slechte aflevering van goede tijden, slechte tijden, waarin iedereen even wilde laten weten wat zijn of haar mening was. Pfff. Maar. Wel weer gelukt.

25 Juli: Vamos vamos

Schiphol, het walhalla voor iedere wereldreiziger. Het grootse reis gevoel bekruipt je al zodra je de vliegtuigen vanuit de auto ziet. Helaas is het voor een wereldfietsers een ander verhaal…. Man man man wat een onhandig gedoe. Maar ja we zijn jong en we willen wat. Het gehannis begint al bij het inpakken, wat mag in de tassen ? (En geloof me dat is niks) Hoe krijgen we die fietsen mee?  Gelukkig zijn de ouders van Freek geoefende fietsers met bakken vol ervaring. Marja chef kleding en Willem natuurlijk chef fiets. Inpakken die handel, zo gezegd zo gedaan. Binnen twee dagen is het ons gelukt om twee fietsen te demonteren, twee Ikea (op zijn Amerikaans Ai-kie-A) wegwerptassen vol te gooien met campergerei, kleding, reservebanden en niet te vergeten onze tandenborsteltjes (super multi functioneel, ik kom hier later op terug). Nou daar gingen we dan. Fietsen in de wagen, tassen daarbij en de nodige familie in de auto om je uit te zwaaien. Check, check dubbel check. 

Eenmaal aangekomen op Schiphol was het ons opgevallen dat je nog bijzonder goede stuurskills moet hebben om alle vakantie gangers inclusief bagage te ontwijken. Na wat U-turns eindelijk de balie weten te bereiken. Onze parels van fietsen wogen maar liefst 25.5 en 24.2 kg. Dus een klein beetje te zwaar….. Vanuit onze kant dus de vraag of het een onsje meer mocht zijn. Ook nog een uurtje gezond gespannen geweest rondom een stickertje dat het bewijs zou zijn dat wij betaald hadden voor het vervoer van onze pareltjes. Gelukkig werden we geholpen door een meneer van de  KLM met schouders breder dan mijn kledingkast, die wel even heel stoer een stickertje van 5 bij 3 cm voor ons ging regelen. Ohja, tussen het wegen en de stickerstress in hebben we ook nog het sentimentele protocol doorgelopen, wat natuurlijk hoort rondom zo’n grote reis. Van te voren wist ik wel dat onze mama’s super gevoelig kunnen reageren op hun moederlijke instinct, maar dat ik ook bij de papa’s een klein, ingehouden traantje had gespot, deed me veel. We gaan jullie missen! 

De douane gepasseerd te hebben kwam de rust. Van de twee uur die we van te voren dachten te hebben achter de poortjes, waren opeens nog maar 40 minuten over. Dus op zoek naar een goede kop koffie en zo’n lekker broodje met plak kaas. Gelukkig betaal je op Schiphol de hoofdprijs. Maar zo als een collega mij vorige week heeft geleerd: ‘Duur is iets wat zijn geld niet waard is’. Nou jeetje wat was dit broodje DUUR. Met een goed gevuld maagje het vliegtuig in dus. Heerlijk.